Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

ONZE LIEVE VROUWE TEN DALE.

De politieke zijde van der Schellings historie laten wij eene wijle rusten om een blik te slaan in het kerkelijk leven van het eiland vóór de Reformatie. Wij kunnen daarvan echter niet dan een zeer flauwe schets ontwerpen, omdat de berichten omtrent die kerkelijke geschiedenis schaarsch zijn. Het weinige dat wij gevonden hebben, vinde hier echter een plaats.

Schellingerland behoorde in de Middeleeuwen tot het bisdom Utrecht. De ingezetene bevolking had dan ook jaarlijks haar vast aandeel bij te dragén tot de inkomsten van den bisschop en dit bestond, althans in de 14de eeuw, niet in een somme gelds, maar in een partijtje visch.1)

Verder was het eiland kerkelijk ingedeeld bij het aartsdiakenschap van den proost der St. Janskerk te Utrecht, en aan dien geestelijke moest de kerk van Hoorn 8, die van Midsland 6, Zuidkerk op Suryp 7, de kapel Eenpoort 6 en de kapel Vijfpoort 8 goudguldens betalen.2)

Eindelijk vormde der Schelling als onderdeel van dit aartsdiakenschap (of proostdij) een afzonderlijk deken-

') Begist. en Bek. v. h. Bisdom Utrecht (1325—26) ed. S. Muller.

Dl. I, 567 „pro piscibus in Scellinghe."

2) Oudh. en Gestichten v. Friesl. Dl. II, 284.

Sluiten