Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedrongen op een Hansedag, ten einde maatregelen te nemen tegen de aanhangers van den Prins van Oranje.1)

De driestheid der Geuzen werd door een en ander meer geprikkeld dan bekoeld. Zij dachten zelfs over een aanslag op Harlingen.

De Spaansche macht begon nu in te zien, dat zij krachtiger moest doortasten dan te voren. Allereerst had zij meer schepen noodig en verder een aantal kundige zeelieden, die vertrouwd waren met de banken rondom de eilanden. Zij trachtte nu Schellinger en Amelander varensgezellen door hooge soldijen te bewegen bij haar in dienst te gaan, waartoe enkelen zich leenden.

Den loden Mei 1572 verliet een vloot van zeven oorlogsschepen de haven van Harlingen. Men rekende op een bloedigen strijd, zoodat zelfs het lichte vrouwvolk en de marketensters, die altijd de manschappen vergezelden, aan wal moesten blijven. Moncejus, de vlootvoogd, had groote verwachtingen van de onderneming en onverschrokken verbeidde hij de komst der Geuzenvloot in het Fliegat. Maar wie mocht komen opdagen, geen vaartuig met de Oranjekleur in top. De Geuzen waren reeds lang verre en hielden weer duchtig huis in de kerken en kloosters van Westergoo, die ze met schennende hand zuiverden van alle »papisterij." En de Spanjaard was daartegenover geheel machteloos, daar zijne oorlogsbodems te grooten diepgang hadden 'om den vijand te bereiken.2) De lichte kielen der Geuzen daarentegen zwierden vrij over de Wadden heen.

In den winter van het volgend jaar spookte het Geuzenvolk weer lustig op de Waddeneilanden rond en beraamde

') Kölner Inventar, Leipz. 1896. Band I, S. 611. Joh. Car. 1. 1. pag. 368.

Sluiten