Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzegening der Doopsgezinden wel geldig was, de Schellinger Drost was onverzettelijk.1)

Bijna twee eenwen lang waren de leeraars der Mennisten op Schellinge onbestudeerde mannen. Het ambt van vermanen werd eenvoudig toevertrouwd aan een broeder uit de gemeente, die daarvoor de meeste geschiktheid bezat. Deze verrichtte er evengoed zijn gewone handwerk om van visscher, scheepstimmerman of schoenmaker. Het eenige, wat hij voor zijn bediening, die hij uit liefde waarnam, ontving was een geschenk. Toen later een vast salaris werd bepaald, was het een zeer gering. De leeraar Reyn Siwertsz genoot in 1714 een inkomen van 250 gulden,2) Age Ytes in 1735 clrie honderd gulden.3) Strenge eenvoud was het kenmerk der oude Doopsgezinden. Men zie slechts het voorkomen hunner vroegere vermaanhuizen, gelijk er nog een staat in het dorp Midsland. 't Lijkt meer op een burgerwoning dan op een kerk.4)

De Amsterdamsche gemeente was in zekeren zin beschermvrouw van de Schellinger gemeenten. Geschillen of moeielijkheden werden aan hare beslissing onderworpen. Ook wendden zich gemeenteleden, die met een genomen besluit niet tevreden waren, tot haar. In 1675 was Saartje Goverts te West-End ontzusterd, d. w. z. door den ban van de gemeente afgesneden. Zij wenschte een paar maanden daarna weer te worden opgenomen, doch men vond daarin bezwaar. Een vriendin Jantje Hendriks schreef nu een brief naar de broeders te Amsterdam, meldende dat Saartje innig berouw toonde en haar leven

') Doopsgez. Bijdr. 1861, bl. 87 v.

5) De Hoop Scheffer, Inventaris Doopsgez. Gem. Dl. II, bl. 329.

:') Doopsgez. Bijdr. t. a. p.

4) ThaiiB bewoond door de Wed. D. Roos.

Sluiten