Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

DE BRAND VAN WEST-END.

Het jaar 1666 telt mee ia de geschiedenis van ons vaderland, maar niet minder in die van het Waddeneiland tusschen Flie en Borne. Hoe gebrekkig ook de Schellingers de historie van hun geboortegrond mogen kennen, van dit jaar hebben zij heugenis. Al weten ze de maand en den dag niet, de mare gaat nog onder hen rond, dat eens in dat jaar het dorp West-End door den Engelschman tot den grond toe is verbrand. Men behoeft ook slechts een kijkje te nemen in de straten van het herbouwde dorp, om aan dit feit te worden herinnerd. De gevel van menige woning toch draagt in cijferankers de jaartallen 1667 en 1668.

Door vernielzucht, die immer den oorlog vergezelt, is het bloeiende visschersdorp een puinhoop geworden. De hartstochten waren uittermate geprikkeld. Nog nooit had Europa zulke talrijke en weluitgeruste oorlogsvloten op hare zeeën gezien, nooit zulke verwoede en schier onafgebroken zeegevechten aanschouwd, nooit zooveel helden gelijktijdig zien kampen op de baren als in die krachtige worsteling tusschen Britten en Nederlanders, die elkander den wereldhandel betwistten.1)

De strijd werd met afwisselend krijgsgeluk gevoerd. In

') Ter Gouw, Nederl. Geschiedenis en Volksleven, Dl. II, bl. 182.

Sluiten