Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was toegegaan met den zwaren brand, die daar had gewoed. Bij hun thuiskomst was de rechtkamer nog niet bewoonbaar, zoodat de herder der gemeente genoodzaakt was het eiland te verlaten. Hij ging nu weer met ouderling Stoffel Claasz de steden van Holland rond ten behoeve der armen. De thuisblijvende Kerkeraadsleden zouden zorgen dat er turf tegen den winter opgeslagen en steen voor de Kerkekamer gebikt werd.

Na een reis van 16 dagen kwamen de beide broeders weer op Schellingerland aan en deden in de vergadering van den 29sten November verslag van hunne ervaringen, 't Bleek dat zij behalve de toezegging van verscheidene kerkcollecten een paar buitenkansjes hadden gehad te Hoorn en Amsterdam. Een zekere boer van Lutjebroek was wegens een misdrijf veroordeeld tot een boete van duizend carolusgulden. Toen nu de beide Schellinger broeders in Hoorn kwamen aankloppen om hulp, besloten de Gecommitteerde Raden twee derde van deze boete voor de armen van West-End te bestemmen. Een niet minder welkome gift hadden zij te danken aan hetgeen was voorgevallen op den Oost-Indievaarder Veneburgh. Dit schip was als door een wonder gered uit een vliegenden Novemberstorm en behouden de haven van West-Encl binnengeloodst. Toen de nood op 't hoogst was, hadden de scheepspredikant Baldeüs, de schipper en vele bootsgezellen de gelofte afgelegd, dat indien 't God behagen mocht hen te sparen, zij een zekere som gelds aan de armen zouden schenken; Ds. Baldeüs en de schipper elk honderd daalders, de matrozen een maand gage. Zoodra dit Ds. Grevesteyn ter oore kwam, begaf hij zich met zijn ouderling aan boord van de Veneburgh, die inmiddels te Amsterdam was aangekomen en wist de

Sluiten