is toegevoegd aan uw favorieten.

Tusschen Flie en Borne

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dreck, die gedroecht is."1) Op de Friesche Waddeneilanden is dit nog zoo. In een plat-Duitsch matrozenliedje, waarin de lof dier eilanden wordt bezongen, luidt 't van Borkum:

„de Borkumers melken kojen Un bruken dreck to brand."

Nog kan men in menige boerenschuur op Schellingerland stapels gedroogde niestplaggen zien liggen, die voor „beste branding" worden versleten. Wij vermoeden dat de bewoners van het gehucht, dat wij bespreken, de gedroogde mest eertijds in zoo groote hoeveelheid uit duin en miede hebben opgezameld, dat hunne buren er jaloersch op werden en hun den schimpnaam Schitrummers hebben gegeven.

* *

* -

Reeds zagen wij aan den ondergang van Wolmerum, hoezeer de Zuidzijde des eilands bloot stond aan het geweld der Waddenzee. In den loop der tijden ging daar dan ook nog veel meer grond verloren. Op een oude kaart2) van het eiland staat heel wat buitendijksland aangeduid, waarvan nu geen voet meer over is. Tegenover Midsland lagen in het Wad een paar eilandjes, thans vermoedelijk Dolfzand of Doodemanshoek, en tegenover Formerum en Lies strekten zich «achter dijk" breede strooken groenland uit, ettelijke bunders groot.

Nergens waren de buitengronden breeder dan achter de Suryper kerk, waar zij een oppervlakte van meer dan 50 Hectaren besloegen. En deze zijn ten slotte alleen voor ondergang bewaard gebleven, terwijl al het andere

') Friesehe Volksalmanak 1893 bl. 13—15.

2) Uit de 16de eeuw.