Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten doen aan den Heer des eilands. bomt zij voor. En bij een onderzoek in 1611 verklaarde een eilander, die den toestand van Schellingerland zeer goed kende, dat Zijn Vorstelijke Genade (d. i. de Graaf) ter dege wist dat de Grie niet tot de Heerlijkheid, maar tot het burenland van Ooster-End behoorde.1) Toen derhalve de Heerlijkheid door verkoop overging aan Holland, had het bezit der buurtschap onaangetast moeten blijven, hetgeen echter niet is geschied.

Van de bedijking van de Grie kwam nu natuurlijk niets, maar om de buitengronden achter de Survper kerk werd een zomerdijk gelegd, waarvoor de ondernemers van de Staten vrijstelling krijgen van een deel der belasting. Het werk ging echter gepaard met groote moeilijkheden en zware kosten, zoodat de Gravinne Aremberg de bepalingen van het contract verzachtte.

Eindelijk was het werk gereed. Zelfs had men in den nieuwen polder, die den naam kreeg van Survper ot Surepper polder of 't Nieuwland, een paar kleine boerderijen gebouwd. Doch toen in het najaar de stormvloeden kwamen en de dijk doorbrak, stonden ze midden in de bruisende zee. De noodzakelijkheid van een winterdijk bleek clan ook telken jare duidelijker. Deze werd eerst gelegd in 1650, maar na verloop van dertig jaar had de zee weer vrij spel, daar ook deze dijk niet tegen het geweld der golven bestand was.

De polder ging inmiddels in andere handen over. Zoo werd een zekere heer Pons, een vermogend man, die volgens de overlevering tijdens de Spaansche Furie uit Antwerpen naar Schellinge was gevlucht, daarvan eigenaar. Daar hij waarschijnlijk weinig voordeel in het

') Stukken desbetreffende in het Rijksarchief te 's Gravenhage.

Sluiten