Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

car. guldens en »bij weygering van betaalinghe hem aan de kaak te setten met een mes boven syn hoofd, na gedane geeseling, en ten eeuwigen dage van deesen lande gebannen te worden." De uitspraak was: een boete van 81 car. guldens en 4 stuivers; in geval van niet betalen zouden kaak, geesel en banbrief dienst doen.

Kort daarna stal een zekere Wouter Douwes bij den oucl-Burgemeester Fabricius 5 kippen met een haan, bij Pieter Klaasses Sypkes een hen met het eten, en bij Tryntje Tymes een ketel, benevens eenig linnengoed. Als eischer trad nu op de provisioneel-Drossaard Adryaan de Kleyn. »En alsoo sulcke dieverye en rooverye in een land van recht niet kan geleden of getolereert worden, maar anderen ten exempel en ten spiegel bestraft behoort te worden, soo is tegen beklaagde geëischt: met hoenders en ketel en ander gestolen goed twee uren aan de kaak te worden gestelt en voor zes jaren van desen lande gebannen te worden." Hij kwam er echter met een liooge geldboete af.

Toen in Juni 1730 de strooper Jan Heerts door den duinmeijer Melle Dirks en Jan Oepkes met vier koperen strikken en zes koppel konijnen in 't duin werd betrapt, deed de Drost den buitensporigen eisch: 10 ponden voor eiken strik en dezelfde som voor elk konijn; bij weigering eerst opsluiting in den toren, dan te pronkstelliug aan de kaak drie uren lang met strikken en konijnenvellen om den hals en dan voor den tijd van zes jaar verbanning van het eiland. Ook nu liep 't evenwel op een boete uit en wel van 100 car. gulden.

't Was een bonte rij van strafzaken, die jaarlijks op de rechtkamer werden behandeld; nü de lastertaal van een boos wijf of de straatschenderij van een dronken varens-

Sluiten