Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezel, dan de brutale roof van een onverbeterlijken strandjut of een vechtpartij van in twist zijnde boeren, 't Oud-Schellinger volksleven leeren wij er kennen van zijn donkerste zijde. Tegelijkertijd bemerken we echter ook wat grootmacht nog de Gereformeerde religie in datzelfde volksleven was, zoodat de Justitie onder haar invloed stond en overtredingen strafte b.v. van het derde o-ebod van »de Wet des Heeren," waartegen in onzen tijd vrijelijk gezondigd wordt. Dat godslastering niet door de vingers werd gezien, moge blijken uit een enkel geval dat ons is opgeteekend in de rechterlijke akten van Schellinge en door ons wordt medegedeeld, omdat het tevens eenig licht op het leven van dien tijd werpt.

De vrouw van Barent Adriaansz te West-End,1) Reynoud Sybrants geheeten, was reeds eenigen tijd ziek geweest. Men schreef de oorzaak van haar ziekte toe aan tooverij, waarvan men Pietjemoei, de vrouw van Jacob Romkes in stilte verdacht. Op zekeren clag werd Pietjemoei ten huize van de zieke ontboden, die haar vroeg: «Pietje, weet je niet een beetje raad voor mij; ik ben zoo pijnlijk;" waarop deze antwoordde: »m'n lieve hart, ik weet geen raad, ik zou zelf gaarn' raad hebben, want ik heb zelf van daag zoo'n dag gehad, maar daar krijg ik zóó de beste ligtenis van: ik laat een ïmutie" wijn halen en daar doe ik wat saffraan in en daar neem ik somtijds wat van in."

De zieke hernam: noch, ik hebbe al genoeg gemesterd,

't helpt mij niet."

Barent Adriaansz viel nu op heftigen toon uit: »Ja, ik weet dat het kwade menschen ons doen, want ik heb drie Vrijdagen haar kussen opengesneden en ik heb daar i) West-End is de oude naam van Wester-Schelling, die nog in gebruik is.

Sluiten