is toegevoegd aan uw favorieten.

Tusschen Flie en Borne

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in gevonden: zeemleer, blauwe zijde, veugelsnebben en garen, daar ze zelf mee genaaid had." En zich voor Pietje-moei plaatsende ging hij voort: »Jij hebt 't gedaan, wijf; gij hebt mijn vrouw op de dijk bij de schort gevat, nu drie jaar geleden en sint heeft ze geen gezond uur gehad. En gij zult ze zeegnen of de duivel haal' mij; ik zal je 't mes in je hart omdraaien; jij zult mij bloed geven."

Bleek van schrik smeekte Pietje: »ik bid julle, houdt de handen van mij, want ik heb pijn genoeg en maakt geen heel vleesch open."

»Maar Barent Adriaansz bulderde haar tegen: sik ben er al achter, jij kent geen God noemen;" waarop Pietje ten antwoord gaf: »ik ware ongelukkig als ik mijn Gods Naam niet noemen konde."

PI ij eischte nu, dat zij de zieke zegenen zou, zeggende: »als gij 'r gezegend hebt, zal ze wel beteren."

Pietje betuigde echter bij herhaling: »ik heb een vrij gemoed, zijt voorzichtig wat gij doet." Doch daar haar 't mes op de keel werd gezet, was ze eindelijk gedwongen de volgende woorden uit te spreken: »God zegene u in Gods Heeren Naam." Toen eerst liet men haar gaan. Nog dienzelfden dag diende zij echter haar beklag in bij den Drossaard over den ondervonden smaad.

Toen de zaak werd voorgebracht, luidde de zware eiscli des Voorzitters : indien Barent Adriaansz de tooverij van Pietje niet kan bewijzen zal hij van de pui van het raadhuis als eerroover worden uitgeroepen en een geldboete van 100 car. gulden moeten betalen; doch levert hij het bewijs wel, dan zal Pietje als tooveres voor 8 dagen worden gezet op water en brood, 3 uur aan de kaak staan en voor eeuwig van 't eiland worden gebannen onder verbeurdverklaring van de helft harer goederen.