Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in elk geval opmaken, dat het steenen gevaarte toen reeds de stormen van minstens een eeuw had getrotseerd.

Aan de stad Kampen komt de eere toe, voordat de Brandaristoren was gebouwd, de eerste vuurbaak te hebben geplaatst op een duin aan 't Flie, ter beveiliging van de scheepvaart. Zij sloot in 1323 een overeenkomst met den Schellinger edeling en richter des eilands Claes Popma en zijne mede-richters tot het leggen van »een voerhuvs oft eyn merke om dies ghemenen comans oirbaer, dat zij oer liif ende oer guet dairmede moghen verberghen." Kampen nam de steen en balken voor hare rekening, maar daarvoor zou zij dan ook »ewelic ende ummermeer" worden vrijgesteld van alle bakengelden, die de Schellingers van de in- en uitgaande schepen mochten heffen.1) Niet lang daarna volgde Amsterdam het voorbeeld van Kampen, door langs de Hollandsche kust en op de eilanden »vyerteyckenen gheheeten caepen" te plaateen.2) En toen men eenmaal dezen weg had ingeslagen, werden steeds nieuwe maatregelen genomen om de afbakening van den Fliemond te verbeteren. Kampen liet b.v. elk voorjaar een groot getal zeetonnen op de gevaarlijkste punten door de Schellingers uitleggen, om ze tegen den winter in te laten halen. Reeds in de 14de eeuw had Sint Brandariskerke3) haar betonningr magazijn. In 1389 betaalde Kampen aan Folkert Popma fheerscap ende grietman op der Schellingh" elf Rijnsche guldens voor het bergen der tonnen. De verstandhouding tusschen de Overheid van het eiland en die der nijvere IJsselstad was in het behartigen van de belangen der

') Verslagen en Meded. v. d. Ver. t. beoef. v. Overr. Bechtsceseh.

stuk III, bl. 3.

J) Ter Gouw e. a. Ncd. Gesch. en Volksl. Dl. I, bl. 144.

3) De oudste naam van Wester-Schelling.

Sluiten