Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schipperij opperbest. Telken jare bereidde Kampen de Schellinger regeering een feestelijk maal door de zending van »een verndel" zalm of steur. En de vroede mannen waren daaraan reeds zoo gewoon, dat toen eens het geschenk op zich wachten liet, zij den volgenden brief schreven: »die heren van Campen pleghen ons jaarlyx toe bedencken mit een verndel salm, dat si nu in twie of drie jaer niet ghedaen en hebben, dat ons seer verwondert, want wi hemmen altijt behulplick sint daer sy toe gherecht synt en altyt gheerne doen willen."1) Zij verzochten verder de oude gewoonte te willen volgen.

In het midden der 15de eeuw gaf niet meer Kampen, maar Amsterdam den toon aan, ook bij het betonnen en bevuren der zeegaten, 't Had aan het Flie 60 tonnen en één vurende kaap, en om het nog veiliger te maken, kreeg het van Graaf Filips van Bourgondië een voordeelig tolrecht, 't Gold hier — zeide hij — een zaak van beteekenis, want de kooplieden zouden daardoor te liever in Holland verkeeren.2) Amsterdam droeg echter zijn aandeel in de betonning voor een bepaalde som aan Kampen over, dat op zijn beurt er de Schellingers meê belastte. Deze schenen zich van deze taak zoo uitnemend te kwijten, dat in 1514 besloten werd het werk niet meer aan te besteden, omdat het dan lichtelijk in onbekwame handen3) kon geraken, maar het voor het vervolg te gunnen aan de Schellingers, die er geheel voor berekend waren.

De derde koopstad, die de «land- en zeekenninge" tusschen Flie en Borne bevorderde, was Enkhuizen. Zij bekostigde een aantal tonnen in het Flie en een paar

') Verdagen en Med., enz., stuk III, bl. 4.

2) Handvesten v. Amsterdam, Dl. I, bl. 28.

3j Verslagen en Med. enz. , stuk III, bl. 16.

Sluiten