Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel vergaet en reparatie hoog noodzakelijk is,"1) maar daar bleef 't bij. De tijden waren ook te bang om een zoo kostbaar werk te ondernemen. Met enkele carolusguldens voor zand en wier en arbeidsloon, om zoo mogelijk den aanslag der zee wat te weren, maakte men er zich af.

Met vreugde vernamen koop- en schiplieden in 1593, dat de Staten van Holland hadden besloten den onmisbaren baak aan 't Flie te restaureeren. Het kerkje dat er tegenaan steunde werd afgebroken; de muren werden op nieuw gevoegd; de grond rondom werd opgehoogd en ter herinnering aan dit werk, op een zandsteen in den Oostelijken muur het jaartal 1594 gebeiteld. Aan de Noordzijde plaatste men het opschrift: »Tot waarschouwinghe aller seevarende, die God behoede."2) De Admiraliteit van het Noorderkwartier, werd belast met het onderhoud en het daarvoor benoodigde geld getrokken uit de convooijen en licenten.3)

Een halve eeuw verliep, toen er weer een stroom van klachten opging over den deerniswaardigen toestand van Sint Brandarius,4) maar geen der klagers tastte in den buidel om den kundigen baak in stand te houden. Ook Amsterdam en de Admiraliteit bedankten voor de eer. Geen lamp brandde nu meer des nachts op zijn plat,5) en geen wachter hield meer een wakend oog op de kust van Schellingerland. Een der hoogste duinen waarop door Commissarissen van de Pilotage een vuurhaard was aangebracht, deed voortaan als nachtbaak dienst. Eerst

') Bek Thes. 1563, fol. 78.

2) Deze steenen zijn nog aan den tegenwoordigen toren te zien. :i) Resol. Staten v. Holl. 5 en 27 .Tan. 1593.

*) Resol. Staten v. Holl 1642, 1655, 1663, 1671.

5) De oude lantaren stond er nog in 1750 op, maar werd ook toen niet gebruikt; zie: Tegenw. Staat der Ver. Nederl. Dl. VIII, bl. 614.

Sluiten