Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slag trof hen. De handelscrisis in Hamburg brak uit. De Goldsmids brachten ettelijke millioenen bij elkaar voor de Duitschc kooplieden. De Lutine zou deze waarde naar hare bestemming brengen. Tevens kreeg zij eenige tonnen gouds in voor het Engelsche leger in NoordHolland, dat ons volk van het Fransche juk zou bevrijden. Op den morgen van den 9den October 1799 zeilde het millioenenschip de haven van Yarmouth uit en zette koers naar de reede van Texel, waar de kas voor het leger moest worden afgeleverd. Aan boord bevonden zich omtrent 300 opvarenden, waaronder zeer aanzienlijke personen, o.a. de hertog van Chatillon. Tegen den avond stak uit het Noord-Westen een hevige storm op, die het schip in de gevaarlijke buitengronden van Ter-Schelling joeg. Daar het noodweer was en de eb inviel kon van het eiland geen hulp worden geboden. Toen men bij het grauwen van den morgen met schuiten en sloepen uittoog om te zien wat van de schipbreukelingen geworden was, bleken allen te zijn omgekomen en sloegen de stortzeeën over een ellendig wrak. Slechts één man, een scheepsklerk, was van den dood gespaard. Bewusteloos en doodelijk gekwetst vond men hem, liggende op het Fliestrand. Doch ook hij blies spoedig den laatsten adem uit, na even vóór zijn sterven te hebben bekend, wat hij wist van de schatten, die in het wrak verborgen waren.

Vreeselijk was de aanblik van hot Noorderstrand in die dagen: elke vloed voerde nieuwe lijken aan; alleen op den Noordsvaarder vond men 87. Meer dan 200 werden in eene reusachtigen kuil achter den Brandaristoren begraven, terwijl drie officieren hun laatste rustplaats vonden in de sehaduw van de kerk op Oost-Flieland.

Sluiten