Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

bij de Schepping, maar alle Swafug is in God iv^yuav, werkende kracht.

Om dit te doen uitkomen zijn in de paragraaf de bepalingen opgesomd, waardoor Gods werken van het onze kan worden onderscheiden.

1°. Onze kracht raakt uitgeput. Door slaap, rust, voeding moet ze weer hersteld. Daarentegen staat er van God in Ps. 121 : 3 en 4: „Uw Bewaaider zal niet sluimeren. Ziet, de Bewaarder Israëls zal niet sluimeren noch slapen. Deze woorden dienen zeer zeker tot onze vertroosting, dat we dag en nacht op Gods zorge kunnen rekenen; maar tegelijk ook om ons te leeren, dat God nooit moede wordt, evenals Jes. 40 : 28: „Weet gij het niet? hebt gij het niet gehoord, dat de eeuwige God, de Heere, de Schepper van de einden der

aarde, noch moede noch mat wordt?"

2°. In ons is een proces, lichamelijk uitkomend in onzen groei en psychisch in opvoeding en ontwikkeling. Een pasgeboren wicht is nog tot niets in staat. In een jong kind schuilen de energieën nog in potentie. Eerst door een langzaam proces komen ze uit.

3°. Bij ons ligt kracht naast kracht. In ons werkt nu eens de eene, dan weer de andere kracht. Zoo kan een jongmensch het eene oogenblik studeeren en het andere moment gymnastiek doen. Hij gebruikt dan telkens geheel andere krachten. Niet alle energieën werken in ons gelijk. We zijn als een piano, waarop de eene toets na den anderen wordt aangeslagen. Zóó eerst ruischen de akkoorden van ons leven. Wij zijn composita. Maar in God is de absolute simplicitas. In Hem is maar één vermogen, met Zijn Wezen eenzelvig. Waarom het Eeuwige Wezen geen compositum kan zijn is klaar. Immers er zou dan een componeerder moeten zijn. Omne compositum supponit compositorem.

4°. Wij kunnen stuiten op tegenstand, waardoor onze krachten tot werkeloosheid worden gedoemd. God echter is de Almachtige, wat met slechts zeggen wil, dat Hij veel macht heeft, maar dat alle kracht alleen door Hem

en naar Zijn bestel werkt. .

Dat altegader drukt de dogmatiek uit door God te noemen: Actus luns-

simus; waarin opgesloten ligt:

1°. God is zelf actus.

2°. In God is alles actus.

3°. In God is volkomen actus.

4°. In God is doorgaande actus.

Nog één punt dient hier aangestipt. De Swaftis in ons onderscheiden we naarmate ze stoffelijke of geestelijke s is. M. K. G. is heel iets anders dan de kracht van het denken of van de liefde. En diezelfde tegenstelling

Sluiten