Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

pyrotechnische bureaux, waar men door ontleding ziet, hoe ze gemaakt is. Op gelijke wijze nu zegt de scientia physica: Daar staat de wereld. Wilt ge nu weten, hoe ze geworden is, onderzoek ze dan, graaf in den bodem; dring door in het leven van een boom, van een beest; ga na het embriologische leven der beesten; vergelijk dat met de planten, ga zoo terug tot op de eerste kiem, de eerste cel; zie of er verschil in die cellen is, vergelijk daarmee de bestanddeelen van goud, zilver, enz.; zie of er een derde is, dat alle gemeen hebben, en tracht, door langs dezen weg alles tot op liet fijnst te ontleden, kennis te verkrijgen van het ontstaan der dingen.

b. Naast deze scientia physica echter komt de scientia philosophica op uit hetzelfde motief als de mythe, n.1. om zich rekenschap te geven van den oorsprong der dingen, een motief, dat zwak werkt onder het volk, maar sterk bij krachtig levende geesten. Nu gaat de mythendichter daartoe in eigen verbeeldingswereld terug. De philosooph echter gaat, in steê van naar zijn verbeelding, naar zijn denken, en werkt in plaats van met voorstellingen met begrippen. Daarmee zoekt hij hetzelfde te doen wat de dichter doet met zijn beelden; hij tracht een hypothese op te werpen, en vraagt: hoe zou ik het in elkaar kunnen zetten? Vindt zijn hypothese dan nergens weerklank, dan blijft het daarbij. Maar kan hij zijn ideeën aan den man brengen en maken ze opgang, dan gaan ook andere denkers er op in, en krijgen ze beteekenis, doordat zoovelen ze overnemen. Zoo wordt zijn hypothese dan gepopulariseerd, niet als hypothese, maar als Errungenschaft der Wissenschaft. Second-handmenschen verkondigen haar als resultaat der wetenschap. En zoo wordt die wijsbegeerte een tijdlang heerschend, tot er weer een nieuwe school komt.

III. Komen we nu tot een beoordeeling dezer vijf elementen.

1. De sage heeft zeer zeker een element van waarheid in zich. Ze is de in 't kleed der verdichting gehulde traditie, maar toch oorspronkelijk uit de kennis der Openbaring voortgekomen. Merkwaardig is het dan ook, dat naarmate de volken dichter bij de bakermat der menschheid wonen, ze ook een des te duidelijker nagalm van Genesis geven. Zoo vindt men in het Avesta nog een opgaaf der Schepping in zes perioden, het hexaëmeron. En zoo zijn er meer van die voorstellingen, die alleen bij de volken in 't hart van Azië nog leven. In verder afgelegen streken echter treft men geen sagen meer aan. In de Germaansche landen vindt men enkel nog mythen. Zoo ook over de Himalaya.

Zoolang men dus nog met sagen te doen heeft, schuilt er altoos nog een element van waarheid in, dat herinnert aan Genesis. En al hebben ze nu natuurlijk geen waarde ter uitbreiding onzer kennis van het Scheppings-

Sluiten