Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

Voor wat de tijdrekening aangaat telt de Schrift tot op Adam teruggaande 6000 jaren naar den Hebreeuwschen tekst en 8000 jaren naar luid der overzetting der LXX. Daarentegen ontbreekt aanwijzing van den tijd, die verliep tusschen de schepping van den mensch en den aanvang der dingen, doordat de periode, die in het hexaëmeron met de wisseling van en *1[>3 wordt aangeduid, niet nader wordt bepaald.

I. In deze paragraaf komt allereerst de vraag aan de orde, of we in het Hebreeuvvsch en Grieksch een univocum hebben voor het woord scheppen. Scheppen is bij ons metterdaad zoo'n univocum, met de beteekenis van: iets uit niets voortbrengen. Dat komt echter, omdat bij ons de oorspronkelijke beteekenis van dit woord in onbruik is geraakt. Het heeft n.1. niets gemeen met wat wij tegenwoordig onder scheppen verstaan, maar 't is oorspronkelijk een Germaansch woord, dat we nog vinden in het Engelsche: shape, vormen. Dus oorspronkelijk beteekent het niets anders dan vormen. Maar dat gebruik van het woord is nu geheel weg. Niemand denkt nu aan iets anders dan aan het univocum: voortbrengen uit niet. Dat echter is noch in het Hebreeuwsch, noch in het Grieksch het geval. Bij ons is het zelfs eenig, en eerst van lieveilee zoo geworden. In den eersten tijd der bijbelvertaling werd het nog gebiuikt in den zin van vormen. Op zichzelf is het dan ook onmogelijk een woord daarvoor te vinden. Wanneer in de wereld der gedachten geestelijke dingen opkomen, dan zijn daar geen woorden voor gegeven. In de taal van den hemel is voor alle heilige en heerlijke en Goddelijke dingen een univocum. Paulus is opgenomen geweest in den derden hemel en heeft daar gehoord onuitsprekelijke dingen. Ook de engelen zingen, loven en spreken. Er is een uit wisseling van gedachten onder de engelen en de vergadering der volmaakt rechtvaardigen. Het is dus wel werkelijk heel concreet bedoeld. In die geestelijke wereld worden de woorden oorspronkelijk gevormd naar de geestelijke zaak. Maar bij ons is dat zoo niet. In de gewone menschelijke taal is het materieele eerst. De geestelijke zaak wordt genoemd met den naam aan de zichtbare dingen ontleend. Zelfs het woord voor God, tffos en DTiStf, is ontleend aan hetgeen we in 't gewone leven zien. Virtus, nu deugd, was ooispionkelijk dapperheid. Daarom is het onmogelijk voor geestelijke dingen een univocum te hebben. En wijst men nu misschien op het woord iTTP, dan bedenke men, dat dit is afgeleid van ITn, een heel gewoon woord.

W ij zijn dus altijd anthropomorphiseerend. Ook bij het begrip scheppen.

Sluiten