Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

te denken. De zin is eenvoudig, dat God eiken morgen het licht voortbrengt, dat vrede en kwaad dingen zijn, die de Heere in de historie doet voortkomen.

Evenzoo Ps. 102 : 19, waar de vertaling zegt: „Dat zal beschreven worden voor het navolgende geslacht'; en het volk dat geschapen zal worden, zal den Heere loven". Bedoeld is: de menschen die geboren zullen worden.

Zoo Jes. 65 : 17: „Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde." Dat J03 hier geen nieuwe schepping maar herschepping beteekent is duidelijk uit heel de Schrift, die overal leert, dat God uit deze wereld de nieuwe zal doen voortkomen, gelijk als uit het verderfelijk het onverderfelijk lichaam.

Ook Ps. 51 : 12: „Schep mij een rein hart, o God! èn vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest" bedoelt, dat het veikeeide hait van den dichter in een beter moge worden omgezet. Zelfs is hier geen gebed om een wedergeboren harte, gelijk UHH in de parallel bewijst. Dat is vernieuwen, van gedaante veranderen. En ook vs. 13 toont het: „Veiweip mij niet van uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.'

Voorts nog blijkt deze beteekenis van JH3 uit Jer. 31 : 22: „Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkeerige dochter? Want de Heere heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen."

Uit alle deze plaatsen blijkt genoegzaam, dat N"p daar nergens in streng univocalen zin voorkomt.

II. Komen we nu tot de beteekenis van het Scheppen.

Het begrip J03 is vanouds reeds door de Rabbijnen opgevat als .j\Vö r' AV'ïin Later kwam hiervoor de formule: creare ex nihilo. Maar dat is niet de Schriftuurlijke gedachte. Het is een gedachte van de Rabbijnen en van de latere philosophen. De creatio e nihilo is een tooverachtige formule. Ze is wel goed bedoeld, maar heeft toch geducht veel kwaad gedaan. Want ze is zóó onzinnig, dat men er daardoor toe kwam om te zeggen: dan is er ook geen Schepping. Waarom ? Voor alles moet een causa sufficiens zijn. Ex nihilo is een contradictio in terminis. Nihil blijft eeuwig nihil. Ex ervoor is onzin. JD is hier dwaasheid. Waar dit ex in de Schrift wordt gebezigd, ziet men het dan ook nooit op nihil toegepast, maar op God.

Zie slechts hoe de Schrift ons dit begrip toelicht: Openb. 4 : 11. "Aios el,

Kvqis, XufSsiv tijv Sófcav «at rr]v rifijjv «al tï)v óvva/iiv' ori av ïv.rtaag ra itavta, «al öiu

ro aov sial «ai inria»riaav. Hier hebben we met een lied te doen, en dus

ook hier is uit het parallelisme tot de beteekenis der woorden te besluiten. Wat is dan Slü rb ? De moeilijkheid zit in de praepositia Slu. Dit voor-

Sluiten