Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

moedigd. Toch is het waar, dat ze ook werkelijk zoo iets in zich hebben. In de kunst als zoodanig ligt metterdaad iets, dat het scheppen Gods nabootst. Daar is ook een pogen in om boven het bestaande uit te komen. We bepalen ons nu natuurlijk tot het bepaalde genie. Wat is dan een genie? Het genie is een uniek verschijnsel, niet te verklaren noch uit vader of moeder, noch uit zijn omgeving; een novum quid. De evolutie-gedachte gaat ook hiertegen het begrip van Schepping in, en verklaart het genie uit verborgen celletjes in de geslachten. De hoogere virtuositeit echter moet erkend worden. Er tegen ingaan helpt niet. Maar wat scheppen ze nu? Men vindt bij hen öf nabootsing van wat ze in de wereld gezien hebben, öf inspiratie,

waarvan het „Est Deus in nobis, agitante calescimus illo" de uitdrukking is. De groote dichters beginnen dan ook met een aanroeping der muzen. Ze voelden heel goed, dat het niet uit hen zelf kwam. Wie zou ook na hun dood hun schepping in stand houden? Ze hebben geen onderhoudende kracht; het is geen scheppen. Ze blijven creaturen Gods ook in den bizonderen toestand, waarin ze verkeeren. God brengt wel uit en door die mannen dingen te voorschijn, die we nog niet zagen, maar toch geven ze geen oorspronkelijke schepping. Anders zou er geen rapport bestaan tusschen hen en ons, en zouden ze in onze oogen monsters zijn. Maar ze staan juist in het nauwste rapport met ons leven. Zij laten de verborgen diamanten uit de mijn van dezen kosmos voor onze oogen schitteren. En al mag de inspiratie bij hen niet op één lijn worden gesteld met die bij de profeten, toch is de zaak als zaak dezelfde. Zooals de profeet Jeremia door den Heere was voorbereid, zoo wordt ook het genie door God gepredestineerd.

IV. Er dient nu verder op gewezen, dat we de Schepping hebben te belijden als een actio libera, en niet als een actio necessaria. Op ons, die niet andeis bestaan dan in de geschapen wereld, maakt het licht den indruk, als ware het ondenkbaar, dat er geen schepping zou zijn geweest. Wij toch zijn gewoon God niet anders dan uit Zijn Naam te kennen, en des Heeren Naam bestaat niet zonder de schepping. De Naam Gods behoort tot den kosmos. Het is het geopenbaarde beeld van God dat Zich afspiegelt in den kosmos en op het creatuur is gericht. En daarom behoort de theologie tot de wetenschap van den kosmos. Zoodra men echter toegeeft aan de gedachte, dat God niet zonder den kosmos is te denken, dan is de actio libera weg, en behooit het bestaan van den kosmos tot het bestaan Gods. Daarom is er door de oudere theologen altijd zooveel nadruk op gelegd, dat de creatio actio libera is geweest. En dit geheel in overeenstemming met de leer der Heilige Schrift.

Zoo zegt Openb. "4 : 11: „Gij, Heere! zijt waardig te ontvangen de heeilijk-

Sluiten