Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

op de werking des Heiligen Geestes wijst, waar die homo reconstitutus optreedt. In de kinderen Gods. in degenen die Christus zijn ingelijfd, is de actie der individualisatie van den Heiligen Geest het meest kenbaar.

Intusschen moet daarbij toch een opmerking gemaakt. In Joh. 7 : 89 lezen

w6 1 Tovzo 8s 8L7t£ 7t£QÏ tOV nvSV[LCCXO§ Ol) VlLsXXov Xo'.pflaVSlV 01 7Cl6TSVOVV£g ELS CCVTOV ov7t(o yaq tjv TIvsv^lcc n'Ayiov, öti o 'lr]6ovg ovdé7t(o èdoè,a6ftr}. Dit ovTta nu kaïl niet bedoelen, dat de Heilige Geest nog niet bestond. Toch is het een heel sterke uitdrukking, die niets anders kan beteekenen, dan dat de Heilige Geest inZijn voltooide werking nog niet uitgekomen was.

Het probleem waarvoor we staan is dus dit: Hoe heeft men het te verstaan, dat de Heilige Geest in Zijn voltooide werking nog niet was uitgekomen, terwijl Hij toch ook reeds individualiseerend werkzaam is geweest in de kinderen Gods onder het Oude Verbond, in een Abraham, een David, een Johannes den Dooper, enz.?

Om dit te verstaan, houde men wel in het oog, dat er een valsche en een waarachtige individualisatie is; een valsche, die de individuen isoleert en van elkander losmaakt; een waarachtige die den persoon in het organisch verband tot zijn recht brengt. De eerste individualisatie is atomistisch; de tweede organisch. Nu was het waarachtige organisme der menschheid dooide zonde verbroken. Maar in Christus is het nieuwe hoofd van het menschelijke geslacht verschenen. En eerst daar, waar het uwfia tov Xqiotov de individuen weer onder een eigen hoofd vereenigt, en persoonlijk tot organisatie doet uitkomen, daar eerst is het werk der individualisatie tot zijn volle hoogte gekomen. Dienovereenkomstig zegt Christus dan ook vóór Zijn veiheeilijking, dat Hij den Heiligen Geest zenden zal, d. w. z. die actie, waardoor de individualisatie in den organischen samenhang tot haar recht kon komen. Daarin juist vindt de Heilige Geest Zijn hoogste uiting. En het lijdt dus geen twijfel of de woorden: „het zat op een iegelijk van hen", en de vuui vlammen op ieders hoofd zijn de symbolische uitdrukking van het eigen weik des Heiligen Geestes.

Nu een tweede vraag: Heeft de individualiseering in den mensch een substraat of niet? Is ze een novum quid of komt ze tot stand in samenhang met zijn vroegere bestaanswijze en geestelijke dispositie?

Het antwoord luidt: Ze is niet iets abstracts, een additum quid, maar een wederom geboren worden van hetzelfde wezen. Ook afgezien van het genadewerk des geloofs, is er dus in het mentaal en voluntair bestaan van den zondaar reeds een actie van individualisatie van den Heiligen Geest, denk aan Aholiab en Bezaleël, die door den Heiligen Geest vervuld waren

Sluiten