Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

met wijsheid en verstand om te bedenken vernuftigen arbeid. Er zijn dus twee terreinen, waarop de individualisatie van den Heiligen Geest werkt: in het genadewerk, en daar gaat ze het hoogst; maar ook in het natuurlijke leven als individualisatie van de menschelijke persoonlijkheid.

De dei de viaag, waarvoor we staan, is nu deze: Bestaat er nu tusschen het menschelijke xnaiia en de andere schepselen zóó'n verschil, dat er geen analogon tusschen die beide is, of, wanneer er zoo'n analogon van den mensch voor het dier en van het dier voor de plant is, is dan ook daar niet individualisatie ?

We hebben reeds aangetoond, dat er ook in het dier psychisch leven is; een individualisatie, zij het ook van lager orde. En dan krijgen we voor de weikzaamheid des Heiligen Geestes drie terreinen van lager orde.

De hoogste werkzaamheid culmineert in de geloovigen, als zij een witten keuisteen zullen ontvangen, met op dien keursteen een nieuwen naam, welken niemand kent dan die hem ontvangt. Dat is het absoluut individueele' waarbij ieder alleen zijn eigen individu ten volle kent.

Maar daaronder staan nu drie terreinen van lager orde:

a. het terrein van de menschelijke existentie afgezien van het genadewerk, n.1. in gaven, talenten, enz., waaronder dan verder ook hoort de ambtelijke instelling van Jezus, toen Hij op de apostelen blies en zeide: Ontvangt den Heiligen Geest;

b. het terrein van het animale leven in mensch en dier;

c. het tenein van het vegetatieve leven in de plant.

Zó0 werkt de individualisatie van den Heiligen Geest in heel het organische op verschillende trappen van klaarheid en helderheid door.

De vraag rest nu alleen nog, of er op de grens van het organische leven een geheel nieuwe zaak begint, dan wel of daar overgangen tusschen zijn.

Nemen we nu den mensch en vragen we, of er in zijn lichaam enkel organische, of ook anorganische krachten werken, dan is het antwoord: ook anoiganische. In het menschelijke lichaam toch zien we ontwikkeling van gassen en allerlei chemische verbrandingsprocessen. Zuurstof zoowel als koolstof zijn voor ons leven noodig. Zijn ze er te weinig, dan sterven wezijn ze er te veel, dan sterven we ook. Ons lichaam als zoodanig is dus uit het anorganische leven opgebouwd. Zoodra het leven wijkt, hernemen dan ook al die anorganische krachten de heerschappij. De kracht die de levende mensch op zijn lichaam uitoefent bestaat juist in het bedwingen dezer c ennsche en physische krachten. Ons animale leven is niets anders dan

Sluiten