is toegevoegd aan uw favorieten.

Locus de Creatione

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

aarde in het vervolg nauwkeurig wordt gehandeld. Anders zou men toch zeggen: ze zijn belangrijk genoeg. En het is zeker vreemd dat men nu mets van den hemel vermeld vindt. Daarentegen is dit zeer belangrijk wanneer tk è*ur«, de hemel om Gods troon wordt verondersteld als reeds te bestaan en de plaats te zijn vanwaar de actie der Schepping uitgaat.

De bedenking hiertegen geopperd is, dat er toch staat nVVTB, maar dat pi volgens de gegeven voorstelling geen zou zijn geweest, waarin ™ tot aanzijn zouden zijn geroepen, maar een eeuwige existentie. Doch bescheidenheid maakt het raadzaam om niet wijs te zijn boven hetgeen we we e Vreemd alleen en opmerkelijk is het, dat bij Job, waar van de Schepping gesproken wordt, staat, dat de morgensterren te zamen vroolijk zongen en a de kinderen Gods juichten, waarmee dus reeds een existentie van bewuste wezens wordt aangenomen bij het opkomen der Schepping.

In vs. 2 staat nu vervolgens: „De aarde was woest en ledig. Men heeft hieruit afgeleid, dat achter dit vers een geheele geschiedenis moet liggen, omdat men het Gode onwaardig vindt te denken, dat God een *131 mn zou hebben geschapen. Het kon niet anders, of dit moest door verwoesting zoo zijn geworden, als gevolg van een zedelijken val. We zouden ons dan hier den oorsprong der zonde hebben te denken in den val der engelenwereld.

Hierop dient intusschen te worden geantwoord, dat er geen enkele uitspraak in de Heilige Schrift is, die ons tot deze veronderstelling recht geel t e voorstelling, alsof God alleen schoon moest scheppen en geen W\ is in strijd met het geheele verband. Met dit woest en ledig wordt immers gec001" dineerd, dat er duisternis was. De oorspronkelijke schepping was; dus don ei en in duisternis. En de bedoeling waarom het geconstateerd woidt kan alleen zijn om aan te duiden, dat er nog geen gespecificeerde, geen geordende schepping was. En onder afgrond moet verstaan worden de radis mdigestaque moles Dat wordt te duidelijker door de bijvoeging: „en de Geest Gods zweefde over de wateren", wat er op wijst, dat het ordenende en individualiseerende

princiep nog niet doorgedrongen was.

Er was dus een bol, van alle zijden met water omgeven. En van dat den bol omspoelende water wordt tevens gezegd, dat het ledig was, d. w. z. er waren nog geen visschen.

Na die eerste twee, nog niet tot het hexaëmeron behoorende verzen, volgt dan nu pas een spreken Gods. Hoe het scheppen in den beginne i3 toegegaan wordt niet vermeld. Er staat niet: „God zeide: Er zij een aarde. Eerst , waar het ordenende princiep in actie komt, treedt de logische gedachte, het