Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

We vinden hier dus een verklaring omtrent de atmosfeer, die de aarde omgeeft. Die onderscheiding tusschen firmament en atmosfeer nu is voor ons heel duidelijk, maar bij de oude volken vindt rnen ze nergens. In vs. 8 woidt gezegd, dat God dit uitspansel noemde. De hemel wordt alzoo in verschillenden zin genomen, als product van den eersten Scheppingsdag, en ook van de veranderingen op den derden dag.

Vers 9 spreekt van den derden dag. In Psalm 90 wordt dit genoemd de gebooi te der bergen. Oorspronkelijk was de aarde een zuivere kogel zonder deuken en verheffingen. Nu laat God in die aarde een zwelling plaats grijpen, waardoor ze aan den eenen kant opgetild wordt en waardoor aan de andere zijde een diepte ontstaat. Ook deze voorstelling wordt door de tegenwoordige wetenschap geheel bevestigd. Ook zij stelt, dat door een innerlijke beweging eenerzijds een verhooging, anderzijds een daling is ontstaan.

Vers 10 zegt, dat God het droge aarde noemde. Daarmee hebben we echter nog niet de Schepping van dien dag. Tot zóóver is er nog maar alleen verplaatsing van de stof. Maar nu laat God uit die stof het zaad opkomen.

Hierbij staan we voor de vraag: heeft God nu met één scheppingsdaad alle planten en boomen en kruiden geschapen, of enkel de zaden om daaruit verschillende soorten te laten ontkiemen? Vers 11 zegt NEhfi en vers 12 Nïin. Het was dus niet zóó, dat God de zaden in de aarde inzette, zooals wij boomen in een laan zetten of zaadjes in de aarde leggen, maar God deed ze uitschieten, uit de aarde voortkomen. Er staat niet, dat God ze maakte.

Nu is er een dubbele mogelijkheid: Of dat de zaadjes voor al deze plantsoenen in de aarde aanwezig waren, maar bij die hooge kolom water nog niet uitkwamen, en dat nu, nadat het droog geworden was, het ingezaaide vanzelf te voorschijn trad; öf wel, dat God op het oogenblik van het droog worden de volle plant deed opschieten.

Hiermee hangt saam een andere vraag. De planten kunnen niet groeien zonder licht. Hier wordt nu het plantenrijk voorgesteld als reeds bestaande vóór het zonlicht. Is er dus van te voren toch reeds sprake van een groeien, dan moet dit geschied zijn door atmospherisch licht. In elk geval staat vast', dat God geen nieuwe stoffen in de aarde heeft geplant, en dat wat uitkwam de volgroeide plant was met het zaad erin; niet pas het begin van een plant. Er was de volgroeide boom.

Ook hangt hiermee samen de vraag, of de Schepping plaats vond in de lente of in den herfst, en of we dus, zooals de Joden, het jaar moeten beginnen met April of met Januari. Immers, is het een langzame groei

Sluiten