Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

geweest, dan heeft de Schepping plaats gehad in de lente. Is het daarentegen geweest een eensklaps opschieten uit de aarde, dan heeft ze plaats gehad in den herfst.

Nu geeft het gebeurde met Jona's wonderboom de gedachte van een door versnelden groei plotseling uitschieten van een volwassen boom. En deze laatste voorstelling maakt de zaak dan ook indrukwekkender.

In elk geval is de stof, waaruit de planten opkwamen, uit de aarde genomen.

Tevens zien we hier, dat met de Schepping ook de soorten waren gegeve'n. Wel kan uit een bestaande soort zich ook weer een nieuw soort evolveeren, maar de groote classificatie is dadelijk zoo geschapen: naar haar aard.

Eindelijk is hier voor het eerst een optreden van de organische wereld, waarbij tevens de wijze van voortzetting wordt aangegeven.

Vers 14 vermeldt de Schepping van lichten in het uitspansel des hemels om scheiding te maken tusschen den nacht, en om te zijn tot teekenen en tot gezette tijden en tot dagen en jaren. Deze vierde dag bewijst volkomen, dat we bij de vorige dagen geen recht hebben om te denken aan gewone dagen van 24 uur. Anders zouden de woorden uit dit vers geen zin hebben. De bedoeling dezer woorden is, dat het corusceerende licht nu ophield en de bollen van dit oogenblik af vanzelf ontvlamden. Hiermee wordt tevens de indeeling van tijden en jaren gegeven, zooals ze tot op dit oogenblik bestaat.

Nu is het de vraag: moeten we hier reeds dagen aannemen van 24 uur? Dit hangt af van de vraag, of de rotatie der aarde om haar as en om de zon toen dezelfde was als nu, dan wel of ze vroeger langzamer was of sneller. En dit is een vraag, die we niet kunnen beantwoorden.

Een andere vraag is, of destijds reeds de seizoenen zijn ingetreden. Ook deze is moeilijk voor oplossing vatbaar, wijl ze afhankelijk is van de vraag, welke veranderingen in de weersgesteldheid de vloek over de aarde teweeg heeft gebracht. We hebben nu een zóó sterk verschil tusschen koude en hitte, dat beide ons den dood aanbrengen. Aan de Noordpool bevriezen we. En de Zuidpool is even onherbergzaam door bovenmatige hitte. En nu spreekt het ons toch minder toe, dat die onherbergzaamheid altoos zou bestaan hebben. Het is daarom niet aan te nemen, dat dit scherpe verschil van de Schepping aan heeft bestaan, al is daarom een wisseling van seizoenen ook toen reeds niet uitgesloten.

Een laatste vraag hierbij is, of ook de geschiedenis van de wereld saamhangt met den stand van zon, maan en sterren. Men weet hoe de astrologie in Babyion en Midden-Azië van deze stelling uitging. De Heilige Schrift waarschuwt ons telkens tegen deze sterrenwichelarij. Toch moet erkend, dat, al is

Sluiten