Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

in wiens rijk Jozef de tweede was. Maar daaromtrent is nog niets gefixeerd

en bestaat nog steeds verschil.

Een vierde moeilijkheid zit ook in het tijdperk der Richteren. Daar lezen we, hoofdstuk 11 - 26- „Terwijl Israël drie honderd jaren gewoond heeft in Hesbon, en in haar stedekens, en in Aroër, en in haar stedekens, en in al de steden die aan de zijde van Arnon zijn; waarom hebt gij het dan in dien tijd met eered?" Uit vs. 14 blijkt, dat Jeftha een brief zond aan den koning deikinderen Ammons, waaruit het genoemde een stuk is. Vanaf Cuschan Rischataim (3 : 8) tot op dezen tijd zouden dus 300 jaren zijn verloopen. Inderdaad,

een groote moeilijkheid.

Met de moeilijkheden in het latere deel der chronologie hebben we ons hier niet op te houden, omdat die den locus de Creatione niet raken. We kunnen hier als een fait accompli aannemen, dat Salomo op 1000 jaar v Chr. te stellen is. Verder hebben we hier dan alleen te doen met den tijd

tusschen de Schepping en Salomo.

In het begin dezer eeuw ging er een storm van verontwaardiging op tegen de bewering, dat de Schepping van den mensch ± 4000 jaar voor Chr. is te stellen, vooral tengevolge der ontdekkingen van Champollionm Egypte en van de Chineesche geschiedboeken. Er werd gezegd, dat in die Chineesche geschiedboeken de gebeurtenissen tot minstens 10.000 jaar voor Ch^' °Pk^n ®_ En de Egyptologen deden mededeelingen, volgens welke er leeds ± 7000 jaa v Chr. Egyptische koningen over goed georganiseerde rijken geregeerd zouden hebben Uit den aard der zaak werd door de Egyptologen en ühmologen bj verschil tusschen de resultaten van hun onderzoek en de BUbelsc ie ^r0^ logie aan de Heilige Schrift alle waarde ontzegd. A prion stond het voor hen vast, dat de opgaven der Schrift geen vertrouwen verdienen, maar aan hun Egyptologische en Chinologische opgaven volkomen en>>*«*>£ o-eloof diende gehecht. Het bestaan van den mensch weid op 7, 8 9, ja 10.000 jaren gesteld. De ontwikkeling toch om tot de hoogte der besc laving te komen moest honderden en duizenden jaren geduurd hebben.

Op geheel andere gronden kwam men in later tijd nog tveer tot geheel andere cijfers. Die steunden niet op historische berichten, maar op vondste van gereedschappen enz. van menschen, die ouder dan 8000 jaar moesten zijn. En toen de geologen den duur gingen berekenen van steenen in de aardlagen, en men er zelfs de animale wereld bij nam, kwam men tot nog grooter cyfeis, tot duizenden en millioenen van jaren. Doch die geologische onderzoe tangen laten we nn rnsten, en we bespreken thans alleen de historische argumenten En dan kan gezegd, dat die Egyptologen en Chinologen langzamerhand

Sluiten