Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

wolken. Zijwaarts waren een paar boomen (uit zijn haren) opgegroeid, en daaruit werd de mensch geboren.

Hoe dwaas dit alles nu ook schijnen moge, toch zit er een geheele gedachtenwereld achter, gelijk blijkt uit Ymir als het harde, tegenover de koe als het zachte element. Opmerkelijk is voorts, dat, terwijl ons in de Heilige Schrift de hel als een vuur wordt voorgesteld, hier in de koude streken, waar de gedachte aan het vuur juist iets verkwikkends had, ze voorkomt als een vreeslijke koude, nog kouder dan ijs.

Op gelijke wijze treft men bij de Phoeniciërs de voorstelling aan van het ei. Er was een bajerd, genaamd Kolpia. Daarin schuilt weer de gedachte van

het "ION'1; want iTS is: stem van den mond. Die chaos nu bevatte als oer-sliik alle zaden. En toen daar alles uit voortkwam kreeg men hieruit de voorstelling van het ei voor het worden. Het ei brak open. De eene helft van de schaal was de hemel, de andere de aarde, 't Wit was het water en de wolken, 't Gele de levende wezenskiemen, waaruit alles opkwam.

Bij de latere Babyloniörs heeft men ongeveer dezelfde gedachte. Alleen maar: hier heeft men in plaats van het ei de voorstelling van een mensch (Berosis). En nu zweefde over den chaos een vrouw (Makerya). Bel komt, pakt ze beet en hakt ze in tweeën. De eene helft was nu de hemel, de andere helft de aarde. Toen kreeg hij er spijt van en hakte zichzelf den kop af. Uit zijn bloed, dat nu uitstroomde in droppelen, ontstonden menschen en beesten.

Over de Grieksche mythologieën is het hier niet noodig veel te zeggen. Ze mogen als bekend worden verondersteld. Kosmogonieën en theogonieën vloeien hier ineen. Dat is vooral bij Hesiodus het geval. De chaos is een persoon, een wezen, waaruit geboren wordt de yjj, de tccqtixqos en de igas, het beginsel van alle generatie. Verder werd uit de êgspos en w£, duisternis en nacht, de dag geboren. Ook de yr\ baarde, en daaruit ontstond Uranus, zee en bergen.

III. De kosmofosrïe is een product van het denken, een systematiseering van de resultaten van het menschelijke nadenken, om door een Weltbild tot een verklaring der dingen te komen.

Nu heeft men bij de Grieken in hun philosophie te onderscheiden tusschen twee hoofdperioden; de eerste, waarin men zich bezighield met den kosmos; de tweede, met den mensch in den kosmos. De eerste loopt tot aan de sophisten. Die lieten den kosmos varen, en wierpen zich op het subject. Maar zij deden dat wild individualistisch, en verliepen zoo in scepticisme. Socrates onderwierp ze toen weer aan norma en herstelde bij de studie van het subject de

Sluiten