Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

omstandigheden was nu alle leven voortgekomen; zóó, dat geen andere macht dan deze op de formatie der dingen had ingewerkt. Men had nu de wijze ontdekt, waarop de formatie van alle gevormde dingen had plaats gegrepen. Nu was men gekomen tot een monistische, einheitliche opvatting van heel het leven.

In de tweede plaats kwam daar nog dit bij: ook de pantheïsten hadden wel van zoo'n proces gesproken, maar nu vond men hier de empirische aanwijzing daarvan. Terwijl de vroegere empirie altoos tot atomisme had geleid en de philosophie te loor had doen gaan, werden nu beide tot één versmolten.

Daar kwam nog iets bij. Een architect bouwt een huis naar zijn plan, maar de opperlui zijn ieder werkzaam op hun plaats, zonder dat een van die kerels weet wat er van komt. Toch wordt het goed. Maar zoo zou men dan ook bij de wereld op God als den Oppersten Kunstenaar en Bouwmeester hebben moeten terug gaan. Doch dat was nu juist niet het geval. Dat heeft Darwin geketst. In zijn stelsel kon men geen bouwmeester meer gebruiken. Er was geen wereldplan. Alles was bij geval ontstaan. Uit loutere cellen is ten slotte een leeuw gekomen, zonder dat iemand of iets daaraan ooit had gedacht. Uit een andere cel was weer een plant ontstaan. Maar altoos slechts als een toevallig product van de wetten, die op die cellen hebben gewerkt. Er is alleen, zei Darwin, utility. Er zijn drie, vier afwijkingen bij een variatie, en alleen die variatie, die het meest strekt om het nut te verhoogen, blijft bestaan. Maar een plan is er niet. Alles is uit louter toeval te verklaren. Daarom heet dit beginsel dan ook het ateleologische.

Denk u nu de ongeloovige wereld, gelijk ze alle vakken van wetenschap in haar macht had en per se tegen God gekant was, nu opeens hoorende van een theorie, waaruit alles zonder God kon worden verklaard, zoodat ze dus in het volle ongeloof nu toch weer een eenheid van levensbeschouwing had terug gekregen, en men begrijpt het ongelooflijke succes, dat de Darwinistische theorie hebben moest.

loch moet men niet meenen, dat Darwin zelf een atheistisch drijver is geweest. Zijn opgang in Engeland is juist daaraan te danken geweest, dat hij, terecht of ten onrechte, den indruk vestigde en de overtuiging wekte, alsof zijn theorie met geloof aan God zeer wel gepaard kan gaan. Darwin is tot aan zijn dood toe een trouw kerkganger gebleven, en zeide altijd aan te nemen, dat er een God is, en hoop te hebben op een eeuwig leven. Het is de orthodoxe Staatskerk van Engeland geweest, die de Evolutie-theorie het eerst heeft aanvaard. Nu nog meenen geloovige predikanten in Engeland de Evolutietheorie best te kunnen aanvaarden. En diezelfde gedachte heeft zich vanuit Engeland ook naar Amerika verspreid. Eerst in Duitschland en Frankrijk is

Sluiten