Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekking bestaan en die juiste verhouding wordt het best bereikt door machinale voortbeweging van het hout. De snelheid van voortbeweging is van 0,3 tot 1,8 millimeter per omwenteling en per mes van de beitelas ; de juiste snelheid wordt bepaald door het soort van hout dat bewerkt wordt en door de zwaarte van den weg te nemen laag. Is het getal der omwentelingen 3500 per minuut en draagt de beitelas twee beitels (zooals gewoonlijk) dan bedraagt de voortbeweging per minuut tusschen de 2100 en 12600 millimeters. De machines welke voorzien zijn van inrichtingen om het hout machinaal voort te bewegen (en dit zijn voornamelijk de „dikte schaafmachines") moeten dus ook eene verandering in de snelheid van voortbeweging toelaten.

In zeer nauwe betrekking tot de schaafmachines staan de freesmachines. De werkingswijze is dezelfde; we vinden n. 1. ook hier een as waarop een beitelkop is bevestigd. Bij de freesmachines staat die as echter gewoonlijk verticaal, en we spreken hier van beitelkop in de plaats van beitelas, omdat de breedte der messen meestal veel geringer is, zooals ook reeds aan de laatst behandelde schaafmachine het geval was. Een freesmachine is afgebeeld in Fig. 18. De verscheidenheid in het werk, dat op de freesmachine gemaakt kan worden, is nog grooter dan die, welke op de schaafmachine bereikt kan worden.

MACHINES VOOR HET MAKEN VAN HOUTVERBINDINGEN.

Waar de schaafmachine is verrijkt door ze te voorzien van messen, waarmede aan de geschaafde planken messing en groef wordt aangebracht, is ze reeds een machine geworden die diensten bewijst bij het verbinden van stukken. Toch noemen we daarmee nog niet de belangrijkste der meest voorkomende houtverbindingen. Deze zijn n. 1. die door lip of lasch, door zwaluwstaart, of door

Sluiten