Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier op het oog hebben, echter zoo gering, dat wij deze als een enkele groep bunnen beschouwen, zoodat de overbrenging van beweging plaats vindt door dezelfde hulpmiddelen, hetzij de fabriek door een electromotor, een gasmotor of een stoommachine wordt gedreven. In de fabrieken voor houtbewerking loopt het drijfwerk steeds met groote snelheid, omdat de machines snel moeten loopen; de assen maken minstens 300 omwentelingen per minuut, somtijds 400. Deze groote snelheid maakt het mogelijk en noodzakelijk de draaiende deelen : de assen riemschijven en koppelbussen, zoo licht mogelijk uit te voeren, bovendien moeten deze deelen zuiver gebalanceerd wezen, d. w. z. ze mogen niet slingeren en het zwaartepunt moet nauwkeurig in de as liggen. Hierom is het aan te bevelen de riemschijven op de assen te klemmen, in plaats van ze door spieën te bevestigen. Aan deze eischen kunnen goed geconstrueerde gegoten ijzerenriemscliijven nog altijd voldoen ; zelfs, naar onze meening, beter dan riemschijven van andere materialen : hout of smeedbaar ijzer, zoodat het ons voorkomt dat de vervanging van gegoten ijzeren riemschijven door die andere niet dringend noodzakelijk kan worden genoemd. Men moet echter zorg dragen den buitenomtrek van gegoten ijzeren riemschijven natuurlijk wel zuiver af te draaien maar niet te polijsten ; de oppervlakte moet min of meer ruw blijven.

De kussenblokken, stoelen en hangers voor snelloopend drijfwerk, hebben in de laatste jaren geheel nieuwe vormen aangenomen ; hierdoor is eerst het werken met groote snelheid mogelijk geworden. De hoofdeigenschappen van deze werktuigdeelen in hun tegenwoordige gedaante en waardoor ze zich van de vroegere onderscheiden, zijn de volgende : De smeerolie wordt automatisch toegevoerd, waarom ze zelfsmerende kussenblokken worden genoemd, waardoor zekerheid voor voortdurende smering wordt verkregen, terwijl wegvalt de gevaarlijke arbeid : het drijfwerk te smeren onder het werken. De tweede eigenschap is : bewegelijkheid der metalen, waardoor ze zich voegen naar de vormveranderingen, nl. de doorbuigingen, die de

Sluiten