Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plegen aflevering II der „Verslagen en mededeelingen").

d. arbeidsloon.

Wil men een werkplaats voor meubelmakers, schrijnwerkers en dergelijke ambachten inrichten, dan zullen zeer dikwijls samengestelde, zoogenaamde universeele machines, met voordeel gebruikt kunnen worden, waarvan er een in Fig. 32 is afgebeeld. Bij deze figuur en Fig. 17 is het product aangegeven, zoodat duidelijk te zien is welke voorwerpen vervaardigd kunnen worden. De meubelmaker kan zich bovendien vergenoegen met lichtere machines dan de timmerman behoeft, doordat de houtafmetingen kleiner zijn ; de cirkelzaag wordt bij hem van meer ondergeschikt belang, daarentegen treedt de lintzaag meer op den voorgrond. Het geheele getal machines zal dus, als men zeer zuinig bij de aanschaffing te werk gaat, wat geringer kunnen zijn dan in de timmermanswerkplaats, en hierdoor, zoowel als omdat de machines kleiner zijn, is minder kracht benoodigd. Toch gaat dit voordeel gedeeltelijk verloren door dat zeer dikwijls harde houtsoorten: eiken- en beukenhout, bewerkt worden. Eene zeer groote verscheidenheid van producten kunnen in het vak van den meubelmaker door de machines worden voortgebracht, zonder dat daarmee gezegd zal worden dat voor de kleine industrieelen het aanschaffen eener machine, die dat alles mogelijk maakt, aanbeveling verdient. De voor een eenvoudige meubelmakerswerkplaats benoodigde drijfkracht schatten wij op 10 a 12 PK., waarvan 7 a 8 voortdurend gebruikt worden. De houtbewerkingswerktuigen voor den rijtuigmaker stemmen in hoofdzaak met die voor den meubelmaker overeen ; daar naast zijn speciale werktuigen geconstrueerd als: om radnaven te draaien, spaken te copieeren, geheele wielen af te draaien (zie Fig. 33). Zoo zijn er voor ieder vak werktuigen aan te wijzen, en in alle vakken der houtbewerking kan men voordeelen plukken van den vooruitgang in de werktuigtechniek. Doch hieromtrent kunnen we niet

Sluiten