Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Kennis van grondstoffen. 4 uren per week.

6. Boekhouden. 4 „ „ „

7. Kostenberekening. 4 „ „ „

8. Wetskennis en ver-

eenigingswezen. 2 „ „ „

te samen. 50 „ „ „

Patroonsleergang voor het schoenmakersbedrijf.

1. Anatomie van den voet. 2 uren per week.

2. Maatnemen, patroonteekenen, uitsnijden en

leestenmaken. 32 ,, „ „

3. Afgipsen van voeten. 2 „ „ ,,

4. Praktische oefeningen.

(alleen in de laatste vier weken 42 uren per week)

5. Kennis van grondstoffen. 4' uren per week.

6. Boekhouden. 4 „ „ „

7. Kostenberekening. 4 ,, ,, ,,

8. Wetskennis en ver-

eenigingswezen. 2 „ ,, „

te samen. 50 „ „ „ Het onderwijs in de vakken 1. 2. en 5. wordt alleen gegeven in de eerste vier weken. De zoodoende vrijkomende uren worden in de volgende 4 weken besteed voor de praktische oefeningen.

Wat uit al deze programma's zeer duidelijk blijkt, is dat veel gewicht wordt gehecht aan hetgeen men zoude kunnen noemen : de theoretische vakken. Aan de eigenlijke praktijk wordt slechts een derde tot de helft van den beschikbaren tijd besteed.

En dit is begrijpelijk, want deze cursussen zijn niet bestemd voor brekebeenen, maar voor mannen, die het reeds tot zekere hoogte in hun vak hebben gebracht. Zij bezitten dus zekere praktische kennis, en het is alleen noodig hun „de fijne puntjes" bij te brengen. Doch anders is het wat de theoretische vakken betreft. Men kan er vrij wel zeker van zijn dat alle ambachtsnijveren te kort schie-

Sluiten