Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naschrift

door

E. P. J. TUTEIN NOLTHENIUS, c. i.

De mededeelingen omtrent de Zweedsclie reisbeurzen van den heer Ljunggren openen een nieuw gezichtsveld van zoodanige beteekenis, dat meerdere bijzonderheden niet onwelkom zullen zijn omtrent die studiereizen.

De volgende gegevens zijn ontleend aan het weekblad van den Bond, van welke de heer Ljunggren voorzitter is.

Vooral echter enkele opmerkingen om duidelijk te maken dat wat Zweden voor zijne nijveren over heeft, zeer zeker ook Nederland voor de zijnen mag beschikbaar stellen, want al is Zweden in oppervlakte zoo verreweg de grootere, het inwoner-aantal is niet meerder en het staatsbudget zelfs belangrijk kleiner. Betrekkelijker wijze drukken dus dergelijke reisondersteuningen daar meer dan zulks hier te lande het geval zoude zijn. —

Wat het aantal Zweedsche handwerkers betreft, dit is op ongeveer 115.000 personen te stellen, van welke 60.000 zelfstandig arbeiden, dus patroons zijn. Dit getal is _ in reden der bevolking — aanmerkelijk kleiner dan hier te lande, voor zooveel zulks uit onze volkstelling valt op te maken.*) Waar tevens in Zweden de groot-industrie een betrekkelijker wijze grootere rol speelt, valt het dus des te sterker op dat men zich daar te lande voor die klein-industrie in den vorm van reisbeurzen zooveel moeite geeft.

1) Ook in zake de statistiek kan Zweden ten voorbeeld strekken. Daar te lande wordt elk jaar eene nijverheids-beroepstelling gehouden!

Sluiten