Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— zij het ook als maatregel van overgang — in het meerendeel der landen van germaanschen oorsprong; het is georganiseerd in den vorm van patroonsleergangen, welke een of twee maanden duren, en gedurende dien tijd den

geheelen dag in beslag nemen.

Het aanvullend onderwijs moet — in beginsel althans

encyclopedisch zijn, d. w. z. : de geheele theorie en de

geheele praktijk van het vak omvatten. In werkelijkheid is het meestal fragmentarisch en tracht te gemoet te komen aan de meest dringende behoeften door de meest

blijkbare gapingen te stoppen.

Hetzij aanvullend, hetzij herhalend, hebben deze cursussen het voordeel van zeer praktisch te zijn en de toehoorders belangstelling in te boezemen, omdat deze duidelijk er het nut van inzien.

' Van daar dan ook dat de vakverenigingen uit eigen beweging om dergelijke cursussen vragen. Ambachtsnijveren en winkeliers — door de concurrentie in het nauw gebracht — worden zich bewust dat zij meer moeten leeren en kennen, zij richten zich dus tot het Ambt der Middelstanden ten einde cursussen te verkrijgen omtrent bepaalde onderdeelen der techniek of der theorie, welke zij aangeven.

3°. In de derde plaats kenmerkt zich het vakonderricht, dat van het Ambt der Middelstanden uitgaat, door specialiseering en beperking van het programma.

Het Ambt der Middelstanden heeft gemeend niet te moeten overgaan tot het geven van cursussen van langen duur, gelijk in Oostenrijk en ook in sommige deelen van Duitschland plaats vindt. De vaststelling van het beperkte programma geschiedt in overleg met de aanvragende Vereeniging. —

Hierbij vormt dikwijls de cursus van het eene jaar een soort vervolg op den vooraf gaanden cursus, zonder dat echter daardoor een volledige vakcursus ontstaat.

De cursussen en voordrachten welke van het Ambt der Middelstanden uitgaan, kunnen tot drie soorten teruggebracht worden.

Sluiten