Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het onderricht wordt in den vorm van voordrachten gegeven, welke te samen een geheel vormen. Ook deze cursussen zijn „wandelcursussen", en worden met tusschenpoozen gehouden.

Voor elke reeks voordrachten wordt een bepaalde leeraar aangewezen; bij diens belooning wordt rekening gehouden met het aantal lessen en de af te leggen afstanden. Het verslag betreffende de werkzaamheden van de Afdeeling voor den Middenstand omtrent de jaren 1899—1907, welk verslag op de tentoonstelling aanwezig was, bevat het uitgewerkte programma van die cursussen.

Er zijn cursussen gegeven :

1°. voor de bakkers, omtrent de eigenschappen, slechte hoedanigheden en vervalschingen van het meel, van de gist, en van het water, alsmede van de tegenspoeden welke men bij het gistingsproces en bij het bakken kan ondervinden. Een practische cursus in microscopie is hieraan onlangs toegevoegd.

2°. voor de banketbakkers, omtrent de zelfde grondstoffen, en daarenboven over fret zetmeel, de suiker^ de vergiften in het eiwit, (toxines) enz.

3°. voor de kruideniers, omtrent de normale samenstelling en de vervalschingen van alle soorten van voedingsmiddelen in welke zij handelen: vetten, oliën, boter, peper, enz.

4°. voor de kleermakers, omtrent weefsels en kleurstoffen. 5°. voor lood- en zinkwerkers, omtrent lood, zink en koper in ruwen en bewerkten toestand.

b. Het onderricht betreffende de werkwijzen.

Elk bedrijf vereischt een zekere handvaardigheid (coup de mam), welke zelfs niet geheel gemist kan worden bij het bezigen van de beste werktuigen.

Met dezelfde mechanische kneedinrichting zal de eene bakker een goed gemengd, goed rijzend deeg vormen, en de andere een gebrekkig vormsel.

Sluiten