Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over die zoo noodige handvaardigheid te onderrichten, dient men de hulp in te roepen van wèl ervaren practici.

Het Ambt der Middelstanden heeft zich van de medewerking van zulke krachten verzekerd, tegen een vergoeding, welke voor elk geval afzonderlijk bepaald wordt. Die cursussen worden gegeven, daar waar er zich de behoefte aan doet gevoelen.

Ook deze zijn dus wandelcursussen, en worden zij met tussclienpoozen gegeven. Bijzonderheden daaromtrent bevat het bovengenoemde verslag.

Zulke cursussen zijn gegeven :

1 . voor schilders, in het mengen en aanbrengen der verwen.

2°. voor kleermakers, in het snijden en naaien. 3°. voor banketbakkers, in het kleuren en suikerversieren.

4°. voor schoenmakers, in het maatnemen, afgipsen, bovenwerk maken.

IV.

De ontwikkeling van den kunstsmaak.

Een zeker getal ambachten kan den strijd tegen de groot-nijverheid volhouden door zich van betere hulpmiddelen te voorzien, en zoodoende den kostprijs van het vervaardigde te verlagen.

Maar een lagere prijs is niet altijd en overal een waarborg voor wélslagen ; er zijn grenzen waar beneden men niet kan gaan, zonder de hoedanigheid te verschlechteren.

Er zijn ook ambachten — die namelijk op het gebied der Kunstnijverheid — waarbij de handarbeid op andere wijze hare meerderheid boven den fabrieksarbeid kan handhaven. Bij deze ambachten kan Staatshulp groote vrucht dragen.

Men dient daarbij zoowel de vervaardigers als de koopers te steunen : de eersten moet men door onder-

Sluiten