Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de toekomst door een aanhoudenden vooruitgang vervolmaakt moet worden".

Al wat leeft, ontwikkelt zich. Welnu, zegt de modernist, de behoeften van het menschelijk hart aan het bovenzinnelijke, aan God en godsdienst, waaruit zijn godsdienstig gevoel oprijst, zijn levende behoeften. Derhalve is het een onmogelijkheid, dat de godsdienstige waarheden steeds dezelfde zouden blijven. Ontwikkeling volgt ook hier uit den aard der zaak. Bovendien, niet alleen het godsdienstig gevoel wijzigt zicht, maar ook het verstandelijk nadenken daarover is, als zijnde eveneens een levensdaad van den mensch, aan ontwikkeling, aan vooruitgang onderhevig. Er zijn namelijk twee zaken te onderscheiden: het beleven van het geloof en het nadenken over het geloof. Het beleven van het geloof is niets anders dan het religieuse gevoel, dat de mensch in zich ronddraagt. Dat religieuse gevoel is een effect van de aanraking, die God zelf uitoefent op het binnenste van den mensch. Wat men namelijk vroeger verstond onder het woord Openbaring, is een valsch begrip. Weleer meende men, dat God Zich zei ven door middel van Zijn profeten en ten laatste door Zijn Zoon zelf uiterlijk aan de menschen had geopenbaard, tot hen had gesproken, dat het geloof derhalve was uit het gehoor, ;>ex auditu". Doch de werkelijkheid is volgens de modernisten anders. Openbaring is niets anders dan de onmiddellijke aanraking van God met het binnenste van den mensch; een daad derhalve, die geheel en al innerlijk blijft. Die aanraking, die stoot is de oorzaak der innerlijke zielsbehoefte die ieder mensch heeft aan God en het goddelijke, van het streven en haken naar God en godsdienst. Welnu, die behoefte openbaart zich in een religieus gevoel; en de

Sluiten