Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

akt des geloofs is dus niets anders dan de uiting dier behoefte. Men begrijpt, dat reeds dat gevoel, als zijnde een levensdaad, onderhevig moet zijn aan ontwikkeling.

Maar daarna komt de mensch tot nadenken over den inhoud van dat gevoel. Hij begint dat gevoel uit te drukken in oordeelen. Hij begint te zeggen; er is een God, die de Schepper is van hemel en aarde, die einddoel is van al het geschapene. Maar wat zijn nu verstandelijke uitdrukkingen of formulen anders dan zeer zwakke uitingen van hetgeen zich in ons gevoel bevindt ? Het verstand kan daaromtrent slechts stamelen, en zeker nooit volledig den inhoud van het godsdienstig gevoel uitdrukken. Die uitdrukkingen moet men derhalve beschouwen als symbolen, als teekenen, die slechts inadaequaat of onvolledig weergeven wat er in ons gevoel omgaat. Die uitdrukkingen moeten bovendien wel bij velen ten zeerste verschillen naar gelang van hun verstandelijke ontwikkeling. Wij zien het immers voortdurend, dat hooger en lager ontwikkelde menschen dezelfde gevoelens, die zij gewaarworden, verschillend tot uitdrukking brengen. Het gevoel, zegt een der meest bekende modernisten, Tyrrell, de zinnelijke indruk, dien een geleerde en een wilde bij een hevig onweder ontvangen, zijn natuurlijk dezelfde. Doch de wijze, waarop zij dat zinnelijke gevoel verstandelijk zullen uitdrukken, is zeer verschillend. De wilde zal spreken van den dondergod, die dat onweer heeft veroorzaakt, de geleerde zal eenvoudig spreken van een onweer. Beiden spreken zij overeenkomstig de mate van hun verstand de waarheid. Zoo zal het ook gaan, wanneer verschillende personen nadenken over hun religieus gevoel, over hetgeen zij in hun binnenste omtrent God gewaarworden. De heiden zal spreken van meerdere goden,

Sluiten