Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Christen van één God. Beide uitdrukkingen zijn symbolen van hetgeen in hen omgaat; geen van beide kunnen wij onwaar noemen; elk van beide bezit een gedeelte der waarheid. De verstands-formuleeringen zijn dus uit den aard der zaak individueel. Toch zal in een bepaald milieu een zekere eenvormigheid niet kunnen ontbreken. Men leeft in dezelfde omstandigheden, en ieder ondergaat den invloed zijner omgeving. Zoo is het te verklaren, dat er langzamerhand omtrent verschillende punten van het religieuse gevoel in een bepaalde gemeenschap een zeker collectief bewustzijn ontstond, dat de meesten, althans de intellectueelen, eenstemmig daarover begonnen te denken. Welnu, dan werd het de taak dergenen, die op dat oogenblik de gezagdragers waren in de Kerk, om dat collectieve bewustzijn neer te leggen in eene bepaalde formule. En ziedaar de oorsprong van het dogma. De dogmatische formules zijn derhalve niets anders dan de uitdrukkingen van hetgeen in het collectieve bijwustzijn der ecclesia discens, d. w. z. der gewone geloovigen, op een bepaald tijdstip leefde omtrent sommige religieuse punten. De ecclesia docens, d. w. z. de dragers van het leerend gezag, had niets anders te doen dan dit collectieve bewustzijn te registreeren. Ziedaar een gansch nieuwe opvatting van het ontstaan der dogma's. Ook de H. Schrift is volgens deze zienswijze niets dan de uitdrukking van hetgeen er in de eerste eeuwen collectief in het bewustzijn van de eerste Christenen omtrent de geloofswaarheden aanwezig was. Wij kunnen dus, volgens hen, de H. Schrift gerust de Openbaring blijven noemen; want zij is de uitdrukking van hetgeen God in het gemoed der menschen openbaarde. God immers werkt alleen in en door den mensch. Doch

Sluiten