Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke betrekking hebben op de zoogenaamde dogmengeschiedenis".

Zooals men ziet, worden hier nog eens bijzonder naar voren gebracht de dwalingen betreffende de evolutie van het dogma, waarvan de modernisten zoo hoog opgeven, en waarover wij reeds spraken bij de behandeling van het vierde punt van het eerste deel. De vijf nu volgende punten hebben alle daarop betrekking, want zij zijn er de practische consequenties van. i°. Vooreerst wordt verworpen de dwaling, dat er tegenspraak mogelijk is tusschen het geloof en de historie; 2°. dat een wetenschappelijk katholiek als historicus kan loochenen wat het geloof leert; 30. dat de rationalistische critiek moet gesteld worden boven de kerkelijke uitspraken, en de tekstkritiek de hoogste norma is; 40. dat men de onpartijdigheid zoover moet drijven, dat men bij de historische ontwikkeling der Kerk moet afzien van alle bovennatuurlijke geloof; 50. dat de traditie naturalistisch of pantheïstisch moet worden opgevat. Deze punten zijn in het eedsformulier niet genummerd, zooals de vijf eerste.

I. i/Idem. reprobo errorem affirmantium, propositam ab Ecclesia Jidem posse historiae repugnare, et catholica dogmata, quo sensu nunc intelliguntur, cum verioribus christianae religionis originibus componi non posse".

»Ook verwerp ik de dwaling van hen, die beweren, dat het door de Kerk voorgestelde geloof in strijd kan zijn met de geschiedenis, en dat de katholieke dogma's, zooals zij tegenwoordig verstaan worden, niet in overeenstemming kunnen gebracht worden met den waren oorsprong van den christelijken godsdienst".

Voor het begrip van deze stelling verwijs ik naar de

Sluiten