Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun arbeid, hun inspanning en hun vernuft de door Christus en de apostelen begonnen school door de latere eeuwen hebben voortgezet. Derhalve houd ik zoo krachtig mogelijk vast en ik zal tot mijn laatsten ademtocht vasthouden aan het geloof der Vaderen betreffende de zekere genadegave der waarheid, die is, altijd geweest is en zijn zal bij de Bisschoppen, die de opvolgers zijn der Apostelen; niet zoo, dat slechts dat wordt vastgehouden, wat het beste en het meest geschikt kan schijnen voor de cultuur van den tijd waarin men leeft, maar zóó dat de absolute en onveranderlijke waarheid, die van den beginne af door de apostelen is gepredikt, nooit anders geloofd, nooit anders begrepen wordt".

In het tweede deel dezer laatste stelling spreken wij in het algemeen nog eens uit ons geloof en onze trouw aan het kerkelijk leergezag van paus en bisschoppen, die te zamen van den goddelijken stichter der Kerk de gave der onfeilbaarheid in het verkondigen der waarheid hebben ontvangen, en beloven wij het geloof onzer Vaderen te zullen handhaven in denzelfden onveranderden zin, waarin het sedert de apostelen is gepredikt.

Het eerste deel der stelling bevat een plechtige afzwering van de dwaling der modernisten, dat de Kerk, zooals zij thans bestaat, slechts menschenwerk is, waaraan het goddelijk karakter ten eenenmale ontbreekt.

Indien er volgens sommige modernisten in de geschiedenis der Kerk al iets goddelijks mocht aanwezig zijn, dan is dit niet anders op te vatten dan in pantheïstischen zin, zóó namelijk dat het goddelijke in den mensch zich langzamerhand ontwikkelt en tot helder bewustzijn komt. Zij spreken dan ook bij voorkeur niet van God, maar van »het goddelijke" in de geschiedenis en in den mensch, en ver-

Sluiten