Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De wetten der moraliteit zijn niet alleen bedoeld voor het individueele leven, maar ook voor het gedrag der staten tegenover elkaar." JOHN BRIGHT.

DAMES en HEEREN,

In het eerste vlugschrift door het Comité „De Europeesche Statenbond uitgegeven, wees ik als het eenige radikale middel om in Europa een werkelijk duurzamen vrede te bereiken, de stichting aan van een federatie, een Statenbond, of liever nog een bondsstaat, in elk geval van een nauwer rechtsverband tusschen de beschaafde naties dan op het oogenblik bestaat. Het doel van mijn lezing van hedenavond zal zijn dit denkbeeld eenigszins breeder uit te werken. Ik zal daartoe in de eerste plaats spreken over den oorlog en in het tweede gedeelte van mijn voordracht over het aangeduide redmiddel er tegen.

I.

Er zijn altijd lieden die bij dingen waar zij niet tegen op kunnen, gaarne spreken van een ..noodzakelijk" kwaad; zij meenen daarmede dat het eeuwig, onder alle omstandigheden, onvermijdelijk is. Ik voor mij nu geloof alleen aan het noodzakelijk goede en ik meen daarmede dat het goede vroeg of laat elk zoogenaamd onvermijdelijk kwaad overwint. Onder dit goede versta ik dan volstrekt niet uitsluitend iets zeer verhevens, zeer abstracts en zeer zeldzaams, maar bovenal datgene wat een gewoon, normaal, geestelijk gezond mensch goed, recht en billijk, humaan, flink, verstandig pleegt te noemen. Alles met die ruime speling, die voor dergelijke waardeeringen past. Alle pessimisme, alle overigens, maar ook alweer met ruime speling, zeer juiste beschouwingen over de verregaande domheid en slechtheid der menschen, kunnen toch niet die ééne waarheid te niet doen, dat ondanks die domheid en die slechtheid, het zoogenaamd goede element in den mensch krachtiger is dan het kwade. Ik vraag u met den Eneelschen bioloog Wallace; wanneer dit eens niet zoo ware, hoe zou het dan mogelijk zijn dat er na een zoo lange selektie van een, let wel, overwegend kwaad, ook nog maar iets bestond dat zweemde naar het goede? Er is immers allerwege in de maatschappij een zekere mate van orde en recht en een streven naar béter orde en béter recht, die ook werkelijk op den duur worden bereikt. Er is „vooruitpang", dat wil zeggen voortgang in de richting van hetgeen men het goede noemt. Men, niet een of andere uitzonderlijke filosofie, maar mèn, het menschelijk geweten. Er is vooruitgang over het geheel, al is er dikwijls stilstand of achteruitgang in onderdeelen. Het klinkt ietwat onnoozel dit te zeggen; maar waarom zijn er dan ook altijd nog pessimisten, die steeds maar wijzen op de in hun oogen zooveel schoonere kuituren van oude Egyptenaren, Hindoes of Chineezen! Laten zij toch

Sluiten