is toegevoegd aan uw favorieten.

Europa eendrachtig

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijandschap moet berusten. Welk een verschil, roept men uit, is er niet tusschen een Franschman, een Duitscher, een Engelschman en een Rus! Eerlijk gezegd vind ik het verschil niet zoo heel groot, niet noemenswaard zelfs. Een of anderen Fries of Brabander dien ik niet te best versta, voel ik veel verder van mij afstaan dan den Franschman, den Engelschman en den Rus, in wier gezelschap ik een Duitsch of Italiaansch college volgde aan een Zwitsersche universiteit. Toch had geen der leden van dit cosmopolitisch gezelschap ook maar iets van zijn taal, zijn zeden etc., kortom van zijn „nationaliteit" afgelegd. Maar laat ik eens toegeven dat die legendarische nationale karaktertrekken, waarmede men gewoon is meedoogenloos geheele volken te bestempelen als hemelsbreed verschillend, werkelijk in eenigsz.ins geprononceerde mate bestaan. Waarom, zoo vraag ik dan, waarom moet de „geestige" Franschman per se vechten met den „diepzinnigen" Duitscher; nog wel in bondgenootschap met den, naar ik meen, „sentimenteelen" Rus en den „flegmatischen" Engelschman, terwijl de „heetbloedige" Italiaan toekijkt? En waarom heeft diezelfde geestige Franschman in den loop der geschiedenis tegen zoo ongeveer alle andere naties gevochten? Waarom was zijn verheerlijkte bondgenoot van thans nog aan het eind der vorige eeuw, nog in het begin van deze, zijn erfvijand, die zijn koloniale expansie met leede oogen aanzag en hem zooveel mogelijk dwars zat; die hem, zooals een algemeen^ geacht Engelsch dagblad het uitdrukte: zou willen sleuren door modder en bloed? Waarom was toen voor Engeland het nu verfoeide Duitschland de begeerde vriend, met wien het, samen met de Vereenigde Staten, bereid was een pan-germaansch verbond te sluiten? Waarom bestaan er nu, naar ons uit betrouwbare bron en welingelichte diplomatieke kringen met stelligheid wordt verzekerd: betrekkingen van de nauwste vriendschap en verknochtheid tusschen bijvoorbeeld Bulgarije en de Verheven Porte, die nog kort geleden door ditzelfde Bulgarije haast den Hellespont werd ingejaagd? Wie zou nog durven volhouden dat de troebelen op den Balkan het uitvloeisel zijn van rassetegenstellingen of van tegenstellingen in den volksaard? Neen, de Balkanoorlogen zoowel als de wereldoorlog van thans spotten met alle rassen- en karaktertheorieën. Het verschil, het kleine en oppervlakkige verschil van karakter dat tusschen de nationaliteiten bestaat, geeft, behalve bij enkele onbeschaafde individuen, veel meer aanleiding tot wederkeerige waardeering dan tot vijandschap, niettegenstaande de in elk land toch even welig tierende nationale verwatenheid en eigendunk. En in géén geval ligt er in deze verschillen en de op hen berustende sympathieën en antipathieën een kiem van „noodzakelijken" strijd. En wat zou men ook anders kunnen verwachten van menschen die met gelijke ontroering en bewondering den Midzcmernachtdroom lezen of luisteren naar éénzelfde symphonie?

Mijne toehoorders, de eenvoudige waarheid is dat wanneer er ingewortelde vijandschap, smeulende wrok, felle haat tusschen twee volken bestaan, die niét het gevolg is van eenig ras- of karakterverschil, maar van onrecht dat men elkaar aandoet of heeft aangedaan en dat men niet kan vergeten. Werkelijk, een Pool gunt den Pruis of Rus diens eigen karakter met pleizier, maar hij haat ieder die hem een vreemd, antipathiek bestuur, een vreemde taal, vreemde zeden wil opdwingen. Alle spanning, verbittering en rancune tusschen staten onderling of tusschen staten en hun „veroverd" gebied, berusten op gedaan en geleden onrecht, dat herstel en vergelding zoekt. „Zoolang men niet weet dat rechtvaardigheid beter is dan onrechtvaardigheid, zoolang zal er oorlog zijn" zeide Isokrales bijna 2300 jaar geleden.

Waarom werd en wordt dat onrecht dan bedreven? De aanstichters ervan zeggen: „omdat het noodzakelijk is" en „nood breekt wet". En „het levenbelang van ons land eischt dat wij anderen afbreuk doen, dat wij baas blijven; de eer van ons land eischt dat de overige naties ons vreezen. Wij moeten heerschen, desnoods over-