Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te dienen, maar om voor enkele rijkaards die hun overtollig kapitaal in het eigen land niet meer produktief genoeg kunnen maken, omdat hun eigen volk te arm is om hun produkten te koopen, nieuwe en voordeelige concessies los te intrigeeren voor mijnen, spoorwegen of kanalen. De gewone zelfmisleiding geeft aan dit onedel, onverstandig en verderfelijk commercialisme nog den glorieschijn van echte vaderlandsliefde, van nobel streven naar nationalen roem, welvaart en grootheid. Men behoeft echter waarlijk het boek van den reeds genoemden Norman Angell „De groote illusie" niet gelezen te hebben om dit zelfbedrog te doorzien, om te erkennen dat, zooals Umfrid het uitdrukt „markten niet worden veroverd met kanonnen, maar met warenmonsters" of dat, zooals de groote vrijhandelaar Cobden reeds in 1836 leerde: geen vlööt den afzet van producten verzekert, maar slechts een goede en goedkoope productie," die juist beter en goedkooper zijn kan naarmate vloot en leger minder geld verslinden. Neen, de welvaart van een land kan niet door millioenenlegers worden buit gemaakt, zijn beschaving kan niet door dreadnoughts over de wereld worden verspreid, zijn roem en grootheid worden niet gemeten bij vierkante mijlen. Alles wat een volk waarlijk groot en welvarend maakt, is volkomen onafhankelijk van de brute kracht van zijn militairisme. De eenvoudige vergelijking van de grootstaten met hun in alle opzichten gelijkwaardige kleinere buren, doet de waarheid dezer stelling dadelijk in het oog vallen.

Ik sprak van belanghebbende kapitalistische groepen. Dit is heel iets anders dan de meening, dat „het kapitalisme" als zoodanig noodzakelijk tot expansie, met name koloniale expansie en oorlog leiden moet. Ik geloof niet aan dergelijke „ijzeren" of „natuurnoodwendige" gevolgen van het kapitalisme. Zeker leidt het nog grootendeels ongeordende, ongebreidelde kapitalisme dat thans nog heerscht tot een even wilde internationale als intra-nationale concurrentie en trachten, zooals reeds werd gezegd, steeds bepaalde kapitalisten-groepen van de gegeven militaire machten partij te trekken om hun monopolies te laten beschermen of nieuwe exploitatie-terreinen te veroveren, of pogen zij de regeeringen tot een voor hen voordeelige tolpolitiek te dwingen. Maar daartegenover staan v eer tal van andere kapitalistengroepen die juist het grootste belang hebben bij een vrij ekonomisch verkeer en een volkomen vreedzame internationale concurrentie. Met andere woorden: oorlogen hangen wel op min of meer directe wijze van ekonomisch-kapitalistische oorzaken mede-af, maar zij vloeien niet noodzakelijk voort uit het wezen van het kapitalisme, dat evengoed, misschien zelfs nog beter, zich zou kunnen ontwikkelen in één groot, vreedzaam wereldrijk. Het is niet in te zien welk voordeel „het kapitalisme" zou kunnen hebben bij een volstrekt onproduktieve vernietiging van kapitaal. De oorlog wordt niet veroorzaakt door „het kapitalisme" als zoodanig — een waarheid die overigens al zou blijken uit het feit dat oorlogen in vóörkapitalistischen tijd nog talrijker waren dan nu — en daarom is ook de opvatting dat alleen „het socialisme" vrede zou kunnen brengen ongerechtvaardigd, eenzijdig. Integendeel, ik zou veeleer durven beweren, dat slechts de vrede een praktisch socialisme brengen kan. De groote worsteling tusschen kapitaal en arbeid, die in wezen internationaal is, kan veel zuiverder en spoediger tot een eindelijke oplossing komen wanneer zij niet wordt vertroebeld door nationalen strijd, die beide legers weer verdeelt. Ik meen daarom dat van nu af aan voor de socialisten, evengoed als voor de kapitalisten, de vredespropaganda het meest urgent behoort te zijn.

Doch dit terloops. -— De beperkte persoonlijke belangen dan die in het spel zijn, en die voor de betrokken personen niet eens lévensbelangen zijn (want niets immers belet hun om hun kapitalen elders en op andere wijze produktief te maken) worden dus steeds voorgesteld als vitale belangen der geheele natie. Maar merkwaardig, zij die op grond van deze vermeende vitale belangen oorlog uitlokken, trachten onver-

Sluiten