Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Turken, te verwerkelijken. Overigens met de niet onbaatzuchtige bedoeling hierdoor zichzelf te beveiligen voor den Paus die hem had verketterd. Hendrik IV van Frankrijk heeft volgens de memoiren van zijn minister Sully en blijkens zijn correspondentie met Elisabeth van Engeland, het voornemen gekoesterd de 15 groote Europeesche naties van dien tijd te vereenigen tot een „Christelijke republiek", met een senaat van 60 leden, een internationaal leger en een opperste gerechtshof. Bij hèm scheen het hoofdmotief te zijn: het breken der macht van het Huis Habsburg, terwijl alweer een uiterlijke beweegreden was de bedreiging door de Turken. Verscheidene van deze 15 staten zouden reeds hebben toegestemd, toen in 1610 Hendriks dood het plan in duigen deed vallen.

Tal van schrijvers hebben sindsdien de federatie van Europa of de instelling van een permanent Europeesch, ja zelfs Wereld-congres, en van arbitrage bepleit. Ik noem maar, zonder aanspraak op eenige volledigheid: Emeric de la Croix (1623), Hugo de Groot (1583—1645), Samuel Pufendorf (1632—1671), Fénélon (1651 — 1715), William Penn (1644—1718). Van 1712—'16 publiceerde de Abbé de St. Pierre zijn beroemde werk: „Projet de la Paix perpetuelle", waarin hij een federatie voorstelt van 24 Europeesche naties, met uitzondering van Turkije. Deze staten zouden elk één afgevaardigde zenden naar een permanenten senaat die in Utrecht moest zetelen. Naast dien senaat zouden vier departementen van bestuur staan, een voor politiek, een voor militaire zaken, een voor financiën en een voor justitie. Alle onderlinge geschillen zouden door bemiddeling, in laatste instantie door arbitrage, worden bijgelegd en niet-opvolging van het vonnis met den ban van geheel Europa en vereenigde executie worden gestraft.

Het werk van St. Pierre, dat groot opzien baarde en ook veel werd bespot, is van invloed geweest op alle volgende ontwerpen van dien aard. Zoo op dat van Rousseau (1712—1778), van Montesquieu (1689—1755) en anderen. Emanuel Kant (1724—1805) in zijn nobel en over het algemeen nog heden volkomen toepasselijk boekje „Zum ewigen Frieden", formuleert zeer scherp den eisch van moreele politiek inplaats van politieke moraal en van een federatie van vrije, onafhankelijke staten. Hij wijst er op dat de bewapeningen niet slechts beschermen, maar ook bedreigen en ziet reeds den hedendaagschen bewapeningswedstrijd en de rampen die er uit moeten voortvloeien vooruit.

Deze beknopte opsomming slechts om u te doen zien dat het denkbeeld allerminst nieuw is en voldoende door „bevoegde" mannen overwogen om mij het recht te geven met gelaten glimlach het smalen te beantwoorden van hen, die steeds maar weer aankomen met frases als: „ondoordachte utopieën, bekoorlijke droombeelden van ïjdele idealisten," en met allerlei beschouwingen over dien merkwaardigen tijd, die maar nooit „rijp" wil worden voor iets dat eenigszins praktisch en verstandig is.

In de 19de eeuw, waarin immers verscheidene statenbonden, en later bondsstaten gevormd werden, zij het dan op kleiner schaal, wordt het denkbeeld van een omvangrijker verband geenszins vergeten. Ik zal de lijst van verdedigers ervan niet voortzetten (een andere publicatie van ons Comité zal uitvoeriger en grondiger de geschiedenis van het denkbeeld uiteenzetten) maar mij bepalen tot enkele uitingen uit den laatsten tijd.

Het uitvoerigst houdt zich, voor zoover ik weet, de Russische socioloog Novicow met het vraagstuk bezig. Zijn boek: „La Fédération de L'Europe" is een lang, en daarom vrij onbekend, maar meesterlijk pleidooi voor de aaneensluiting van Europa, waarin alle moreele zoowel als ekonomische argumenten die ik hier in het kort, misschien tè kort aanstipte, breedvoerig, misschien tè breedvoerig, worden behandeld. Novicow meent dat die aaneensluiting moet beginnen met een bond tusschen Driebond

Sluiten