Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo listig hem de „hegemonie" van den bond aan te bieden, door den Anondaga's 1 4 afgevaardigden in den senaat te geven terwijl de andere stammen er maar 10 zouden hebben. Bovendien mocht hijzelf het „hoogste" opperhoofd heeten, zoo iets als keizer dus. Deze twijfelachtige concessies aan 's mans ijdelheid (want alle besluiten moesten met eenparige stemmen worden genomen, zoodat elk bondgenoot tóch als het er op aan kwam volstrekt recht van veto had) bewogen den dwingeland om toe te geven. De vijfde stam volgde nu vanzelf en zoo was binnen zeer korten tijd, zonder eenig bloedvergieten, het utopistisch plan van Hiawatha werkelijkheid geworden. Het woord, waarmede deze voordien woeste, krijgshaftige, steeds vechtende Indianen hun grondwet aanduidden, beteekent „De groote Vrede", en werkelijk, 300 jaren achtereen heeft de Bond der Irokeezen in volkomen innerlijken vrede bestaan, ja zich voortdurend uitgebreid, meestal door aansluiting van andere, bedreigde stammen of opslorping van ondergaande. Eerst de blanken maakten aan het rijk een einde. (The Iroquois Book of Rites. Horatio Hale).

Deze geschiedenis zou zich maar al te goed leenen voor een vergelijking met den tegenwoordigen toestand in Europa. Ook hier een aantal volken, min of meer stamr verwant, maar wat méér zegt, gehéél verwant in kuituur en beschaving, die voortdurend elkaar bedreigen of met elkaar strijden. Een uitwendig gevaar dat steeds dreigender kan worden: Azië en Amerika, en in hun midden één geweldige tyran, nu niet een bepaald persoon, maar een Instituut, het Imperialisme, dat hen allen gelijkelijk onderdrukt en uitzuigt. Mijne toehoorders, trek zelf de conclusie! Moet het moderne Europa zich laten beschamen door de Indianen der 1 5de eeuw? Weet ge wat voor die Indianen de „onvermijdelijke" oorzaak hunner oorlogen was? Het instituut der bloedwraak! Welnu, de bondsgrondwet verbood heel eenvoudig den oorlog om deze reden en liet den Grooten Raad daarover uitspraak doen. Verdere „vitale" belangen waarom men zou kunnen vechten bleken in de praktijk niet te bestaan. En wij, mijne toehoorders, zouden niet even eenvoudig kunnen verbieden dat er oorlog gevoerd wordt om een diamantveld, een ijzermijn, een spoorweg of welke andere voor ons waarachtige leven volkomen onbelangrijke futiliteit? Wij zouden verdeeld blijven, ons inwendig laten uitzuigen door onzen grooten tyran en uitwendig laten fnuiken door het ons overvleugelende Azië en Amerika?

Begrijp mij wel; ik zeg niet dat wij ons moeten vereenigen met de vooropgezette bedoeling om front te maken, militair tegen Azië en ekonomisch, protectionistisch, tegen Amerika. Integendeel, ik wensch allerminst dat na de vereeniging van Europa dezelfde stille of openlijke oorlogstoestand zal blijven bestaan, nu niet meer tusschen landen, maar tusschen geheele werelddeelen. Neen, ik bedoel slechts dit: als wij ons niet vereenigen, dan gaan wij te gronde door die genoemde uitwendige machten; vereenigen wij ons echter wèl, dan zijn wij hen gelijkwaardig en is er dus ook met hen geen strijd meer noodig, is ook met hen een vreedzaam bondgenootschap en minnelijke schikking van alle belangen-geschillen mogelijk, kunnen ook zij in een nauwer, dan dus wereldrechtsverband worden betrokken.

Wij spreken slechts van een Europeeschen Statenbond niet omdat wij een Tvereldstatenbond niet wenschelijk of onbereikbaar achten, maar alleen omdat een federatie van Europa ons het eerst voor de hand liggende lijkt. Misschien hadden wij zelfs dezen eisch -—- en sommigen gaven dit reeds uitdrukkelijk te kennen — kunnen beperken tot een West- en Middel-Europeeschen Bond, met uitsluiting dus van Rusland en de Balkanstaten. Er schijnt iets te zeggen voor zulk een beperking: men is toch graag in fatsoenlijk gezelschap. Maar men vergete niet dat de bevolkingen dezer staten, althans van Rusland, beter zijn dan hun barbaarsche regeeringen en dat er na dezen oorlog wellicht zegenrijke revoluties te verwachten zijn. Bovendien, als deze staten inderdaad

Sluiten