Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DINSDAG 20 FEBRUARI 1917. — No. 9666.

EEN WOORD VOORAF.

Voor de eerste maal zal er in ons land een Nederlandsche Jaarbeurs gehouden worden en wel van 2S Februari af tot den lOen Maart 1917, in do oude bisschopsstad Utrecht.

Dcza heuglijke gebeurtenis meenden wij niet beter te kunnen vieren, dan door een afzonderlijk Jaarbeursnunnner van „De Telegraaf" op uitgebreide schaal te verspreiden, met als eerste en voornaamste doel een groote propaganda te maken voor deze zuiver nationale onderneming.

, Om een goed en interessant Jaarbeursnummer te kunnen samenstellen, zochten en vonden wij de medewerking van verscheidene Nedorlandsehe autoriteiten op 't gebied va:/ economie, handel, industrie, kunsten en wetenschappen. In ras voorwoord kunnen Wij niet nalaten, hun onsen dank te betuigen. . Do , Eerste Nederlandsche Jaarbeurs, die aanleiding is geweest van dit „Telegraaf"bijvoegsel, is door ons blad met groote instemming begroet. Wel hadden wij gehoopt, dat deze beurs in onze stad 't eerste levenslicht had aanschouwd, maar zooals de voorzitter van do Amsterdamsche Kamer I •van Koophandel ons zeide, vond men hier ' ■ het oogenblilc nog niet gekomen, om met i ean dergelijke onderneming in zee te gaan.

Roe dan ook, thans staan wij voor een ! voldongen feit en iedereen zal met on3 hulde ! brengen aan de mannen, die, trots de treurige en moeilijke tijden, de Eerste Nederlandse!^ Jaarbeurs te Utrecht in 't leven riepen. Wij vertrouwen, dat hun zorgen en moeite bekroond zullen worden met een groot succes. Dat deze eerste beurs nieuwe wegen zal openen voor onzen Nederlandschen handel en nijverheid en hoogcra wiaardeering zal weten te bereiken voor onzo producten in binnen- en buitenland.

.Als trouwe voorstanders en propagandis- . ten van het Nederlandsche fabrikaat zijn wij ook voorstanders van do Jaarbeurs. Niet dat wij zoo eng van geest zijn, om het buiten- j landscha product te schuwen! Dit ligt verre ; van ons. Wij achten het echter in het be- j lang van het geheele Nedorlandsehe volk, j van onzo welvaart, dat iedereen zooveel als j in zijn vermogen ligt, onze nationale in- j dustrie bevoordeelt en steunt, wanneer haar j producten even goed en even goedkoop zijn { :'-!s diq der buitenlandsche.

Al to lang hebben de Nederlanders de j gsootsehe organisatie eu. concentratie aan de buitenlandsche concurrenten overgelaten. Wijlen zij na den oorlog niet onder den voet worden galoopen, dan dienen zij zich thans aanéén te sluiten, om het oude afzetgebied ! to behouden en nieuwe plaatsen op de bui- i tenlandsche markten te veroveren

Niet genoeg kunnen wij er op wijzen, dat | de Eerste Nederlandsche Jaarbeurs .eigenlijk ECru tentoonstelling is in den geest van do > welbekende groote internationale wereld-1 exposities.

In Utrecht verwacht mea hoofdzakelijk j handelslieden, die hier hun bestellingen j doen, nieuwe artikelen komen bezichtigen of I handelsrelaties wenschen aan te knoopan. |

Zoo beoogt de Nederlandsche Jaarbeurs in ! (la allereerste plaats Neöerlandsoha produc- j t«a eu alle goederen, die in Nederland ge- ! fabriceerd worden, onder do aandacht te i br.eagen van binnen-'en buitenlandsche win- I keiiers, handelaars e. a.

ean dergelijke onderneming in zee te gaan. ' Hoe dan ook, thans staan wij voor een ;

en moeite bekroond zullen worden met een groot succes. Dat deze eerste beurs nieuwe wegen zal openen voor onzen Nederlandschen handel en nijverheid en hoogera wiaardeering zal weten te bereiken voor onze

wij zoo eng van geest zijn, om het buiten- j

INHOUD.

Voorwoord 1

De meening van mr. M. W. F. Treub ■ 1 De meening- van mr. dr. W. F. van

Leeuwen 1

Crediet-verleenen in Nederland door

mr. G. Vissering 1

Industrie en Banken door mr. dr. J. P. v. Tienhoven 2

De meening- van S. P. V. Eeghen 2

Onze buitenlandsche handel door O. Kamerlhigh Onnes. $

Chemische industrie en Wetenschap door prof. J. Boeseken 4

De meening van mr. J. P. Fockema Androse 6

Oneerlijke mededinging door mr. C. Frikkera 6

Kunst en Industrie door C. van der Sluijs 7

Pag

Onze maehinenijverlieid door B. Ste- 8

phan w. i 8

Jaarmarkten in de Oost dóór prof. J.

F. Niermeijer 9

De Foire de Lyon door J. Pierson 9

Een Russische Jaarmarkt door Alexis

Seume 10

De Loipziger Mis 11

Het ontstaan der Jaarbeurzen door A.

Sternheim 12

De gasfabricagc door G. v. Rossurn du

Chattel w. i , 13

Eloetroteehnische Industrie door dr.

W. Lulofs 13

Glas- en aardewerk door Botrus

Regout 14

De Twentsche katoennijverheid door

A. Sternheim 15

"«»T''-'""',eur! en clc landbouw door P. E. Burgrers 16

MEENINGEN OVER DE JAARBEURS.

Mr. M. W. F. TREUB,

Oud-minlater van Landbouw en Financiën.

EEN BEWIJS VAN „OPLEVENDE ENERGIE".

Wij hebben ons tot mr. M. W. F. Treub, oud-minister van Landbouw, Nijverheid en Hanc3el, oud-minister van Financiën en hoogleeraar aan de Handelshoogeschool te Rotterdam, gewend, met verzoek ons zijn oordeel over de Jaarbeurs te zeggen.

Hij was daartoe bereid.

„Het denkbeeld" — zei prof. Treub ons — „is een belangrijk cn sympathiek bewijs van oplevende energie bij de belanghebbenden zélf in onze Nederlandsche industrie. Misschien was hot voorzichtiger geweest, do uitvoering van het plan nog oenigon tijd op te schorten, vooral omdat in verschillende branches do Nederlandsche industrie tengevolge van den oorlogstoestand zich eenigsi-ins anders ontwikkelt, dan vóór dien tijd. het geval was. Intussehen, nu men eenmaal de Jaarbeurs reeds in dit voorjaar heeft bepaald, is het te hopen, dat ieder, die tot het weislagen daarvan kan bijdragen, alles doet wat in zijn vermogen is. Wanneer dan na enkele jaren opnieuw een overeenkomstige tentoonstelling wordt gehouden, kan daaruit blijken, welke vorderingen de Nederlandsche industrie in dien tijd heeft gemaakt en in welke richting die vorderingen zich bewegen. Het is vooral to hopon, dat het bestuur vah dè Jaarbeurs zich zoo goed mogelijk op do hoogte zal stellen van dé vraag, welke in het buitenland bestaat, of na dan oorlog bestaan zal, naar artikelen, welke ook in Nederland worden gemaakt en tea aanzien waarvan de condities veor uitbreiding dar productie hier gunstig zijn. Mij schijnt dat één van do belangrijkste punten van do taak, welke zij, die deze Jaar- i beu-ra hsbbcn georganiseerd, op zich hebben | genomen."

weislagen daarvan kan bijdragen, alles doet

Mr. Dr. W. F. v. LEEUWEN,

Vice-President van den Raad van Stat».

GEEN VOORBARIG OPTIMISME.

Op eenzelfde vraag antwoordde ons de oud-burgemeester van Amsterdam, Mr. Dr. W. F. van Loouwen, vice-president van den Raad van State:

„Het valt mij niet gemakkelijk, om uw vraag over de beteekenis van de Eerste Nederlandsche Jaarbeurs to beantwoorden. De voorspellingen van allerlei profeten zijn meestal averechts . uitgekpmen. De algemeene toestand is er niet naar om optimistische verwachtingen uit te spreken., 't Is heel moeilijk, om in dezen chaoa nauwkeurige lijnen te zien.

De oorlog heeft oogenschijnlijl; het geheele economische raderwerk ontwricht. Datgene wat wij voor hecht en sterk hielden, staat thans op zwakke fundamenten. Elk uur kan nieuwe, onverwachte moeilijkheden brengen. Niemand kan mijns inziens zeggen, hoe do economische toestanden en de onderlinge verhoudingen tusschen de staten na den oorlog zullen zijn.

Het lijkt mij daarom raadzaam toe, dat de Nederlandsche bankier en industrieel met de grootste voorzichtigheid te werk gaan. Blijven zij koel van hoofd, volgen wij nauwkeurig den loop van het economisch getij, zender al te groot pessimisme, maar vooral zonder te groot optimisme, dan zal Nederland ook oen toekomstige crisis het hoofd kunnen bieden.

Ik geloof, dat de Jaarbeurzen van groot belang kunnen worden voor de Nederlandscha industrie en voor onzen exporthandel. Of thans reeds belangrijke resultaten bereikt zullen v/orden, betwijfel ik. De omstandigheden zijn er niet naar. Mijns inziens zal het gestelde doel eerst bereikt worden, wanneer do oorlog voorbij is en de internationale betrekkingen hersteld zijn.

Do mannen, dio de Eerste Jaarbeurs in 't leven riepen, verdienen openlijk hulde. Ik wensch de Jaarbeurs niets dan gocdu."

CREDIET-VERLEENEN IN NEDERLAND.

EENIGE OPMERKINGEN „ . door Mr. G. VISSERING.

President van de Nederlandsche Bank. S

Do oorlogstoestand heeft op het credietverleenen in Nederland natuurlijk ook een zeer grooten invloed gehad. Nieuwe toestanden zijn daarbij ontstaan, waaraan vroeger geen onzer had gedacht. Mon moet zich dus in dezo tijden bij het geven van crediet rekenschap geven niet alleen van de gegoedheid van de crodiet-vragenden, maar men moet noodwendig daarbij ook da zaak van meer theoretisch standpunt beschouwen in hoever crediet kan en mag worden gegeven met het oog op het algemeen belang.

Het zal goed zijn daarbij dadelijk eene scheiding te maken tusschen het" crediet, dat binnenlands wordt verleend, en het crediet, waarbij buitenlandsche belanghebbenden zijn betrokken.

Crediet werd in het binnenland tot nog toe verleend voor een vrij belangrijk gedeelte door middel van het In disconto nemen van promessen. Een aantal credietvereenigingen zijn in ons land werkzaam, dia bepaaldelijk er op ingericht zijn, om credieten van eenigszins langeren duur to verleenen, en die daarvoor bepaaldelijk ingerichta crediet-instellingen doen over het algemeen uitstekend werk en bewijzen daarmedo groote diensten aan de gemeenschap. Evenals hypotheekbanken credieton op onroerend goed kunnen geven voor een aeruimen tijd, waarbij aan den debiteur de gelegenheid is gelaten om zijn schuld te delgen in termijnen, verdeeld over verschillende jaren, terwijl de hypotheekbank harerzijds dat crediet op zakelijk onderlid met allo gerustheid op langen termijn ^Hn verleenen, omdat zij zelve hare pandbrieven ook op langen termijn uitgeeft, — zoo kunnen ook de speciaal daarvoor ingerichte credietvereenigingen persoonlijke credieten onder nadere zekerheid van borgtocht of andere securiteit verleenen voor een langeren tijd dan bij wissels gebruikelijk is, omdat ook zij hare maatregelen hebben genomen, dat hare liquiditeit tegenover do opeischbare schulden voldoend» gewaarborgd blijft.

Do zaak wordt echter veel moeilijker, indien men eenerzij ds te doen heeft met credietgevers, die niet de organisatie hebben van dergelijke credietvereenigingen, en dus altijd als het zwaard van Damocles boven hun hoofd zien zweven de bedreiging, dat de aan hen in deposito gegeven gelden op korten termijn kunnen worden «pgevraagd, terwijl aan den anderen kant credieten worden verleend aan debiteuren, die niet voldoende kapitaalkrachtig zijn, om binnen afzienbaren tijd de opgenomen gelden terug te betalen, of die crediet zoeken in den vorm van disconteeren van promessen, terwijl crediet in dorgelijken vorm feitelijk misplaatst is. Zoo komt het voor. dat bouw-maatsehapijen, die niet zeer gelukkig hebben gewerkt, op haro eigendommen eene eerste, en soms zelfs een tweede, hypotheek hebben gevestigd, en voor he» restant, dat in de exploitatie to kort komt, dan promessen teekenen, welke dus wel beschouwd niet anders zijn dan een mia«

l schillende jaren, terwijl de hypotheekbank

lo^d met allo gerustheid op langen termijn rHn verleenen. omdat zii zelve hare n»nd-

Sluiten