Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuur Maatschappij der Vorstenlanden, uitge- n reikt bij de reorganisatie der Dorrepaalsche s Bank in 1888, ot aan gedwongen conversies v van vlottende schuld, of aan eene laatste d poging het bedrijf voor ondergang te behoeden; zulks inzonderheid bij de genoemde d Mijnmaatschappijen. '

Veelal waren deze aandeelen dus mutaties b mutandis te vergelijken met de preferente g aandeelen van Amerikaansche onaernemin- i gen, die het eigenlijk kapitaal vertegen- t woordigen, terwijl het gewone aandeelenkapitaal niet meer dan den goodwill be- t lichaamt. 1 In 1910 werd het gezond preferent in- s dustrieel aandeel op groote schaal op de £ Nederlandsche markt geïntroduseerd cn < terstond met volledig succes. Achtereenvol- < gens gingen de Rotterdamsche Graansilo ' Maatschappij, R. S. Stokvis & Zonen Ltd., j Wm. H. Muller & Co.'s Algemeene Mijnbouw 1 Maatschappij, Van den Bergh's Ltd. en Anton Jurgens' Vercenigdo Fabrieken tot de uitgifte van grootendeels zeer aanzienlijke 1 bedragen preferente aandeelen over.

Nu bleek het Nederlandsche geld voor de eigen industrie toch wel beschikbaar te zijn en de machtige steun van den belegger, die zelfs de grootste emissiebank niet ontberen kan, toch wel verleend te worden.

Onderstaande tabel van nieuwe uitgiften van industrieele maatschappijen gedurende do jaren 1907—1916 moge duidelijk maken, welk een invloed de creatie van het preferento aandeel op de kapitalisatie dier ondernemingen heeft verkregen. Do uitgiften van gewone aandeelen en obligatiën werden, in het licht van het boven opgemerkte begrijpelijk, daardoor tevens gestimuleerd.

Eigenaardig is het nog, op te merken, hoe de proefneming van 1910 in het daarop volgend jaar nog met terughoudendheid beoordeeld en eerst ln 1912 of liever nog in 1913 als geslaagd beschouwd werd. Tevens hoezeer de oorlogstoestand op de industrieele ontwikkeling hier»-te lande inwerkte.

Gewone Preferenie Obli-

aandeelen aandeden gatien 1907 ƒ 3.875.Q0Q

190S „ 3.087.500 ■ ƒ 3.S50.ÖOO

1909 „ 2.715.000 4.540.000

1910 „ 9.709.000 ƒ 9.000.000 „ 6.000.000

1911 „ 4.775.000 „ 429.000 „ 7.160.000

1912 „ 8.000.000 „ 2.250.000 „ 3.950.000

1913 „ 13.361.500 „ 12.396.000 „ 4.500.000

1914 „ 7.345.000 „ 6.450.000 „ 3.650.000

1915 „ 7.200.000 „ 13.820.000 „ 10.400.000

1916 „ 13.847.000 „ 20.410.000 „ 28.489.000

Is Marde samenwerking van bankwezen en industrie op het terrein der kapitaalverschaffing in vollen gang, de tweede op den voorgrond tredende functie, die der credietverieening is zeker niet minder ontwikkeld en de aandacht waard. Feitelijk is ook credietverieening niet anders dan een vorm van kapitaalverschaffing; zij verschaft alleen geen blijvend kapitaal, zelfs geen kapitaal op langen termijn. Het crediet brengt alleen tijdelijk kapitaal aan hem, die daarvoor het best en meest loonend emplooi heeft.

In velerlei vormen stellen de banken het crediet ter beschikking der industrie.

In de eerste plaats zeker wel door het verstrekken van voorschotten in rekeningcourant. Indien de credietverleeneude bank haar accept verleent en hare relaties in staat stelt door disconteering dezer credietwissels bij derden of In de open markt zich tijdelijk van bedrijfsmiddelen te voorzien, dan is dat niet meer dan eene variante op dien eersten en eenvoudigsten vorm van credietverieening.

Iets minder in het oogloopend wordt do tijdelijke kapitaalverschaffing reeds wanneer de bank de wissels, door derf Industrieel uit hoofde van geleverde goederen op xijn afnemers getrokken, disconteert. Toch stelt de onmiddellijke afrekening van zulk waren papier den industrieel terstond weder in het bezit van zijn in goederen vastgelegd kapitaal, zoodra deze de fabriek verlaten hebben en overbrugt dus het tijdsverloop tusschen levering en betaling van het product.

Ingewikkelder wordt de handeling, wanneer het crediet den vaderlandschen bodem verlaat en internationaal wordt, dus ten behoeve van import en export wordt verleend

Tot den import der grondstoffen verleenen de banken hare bemiddeling in der vorm van credietopening in het buitenland hetzij door opname van documenten in overzeesche havens, hetzij door uit die landei op zich te laten trekken tegen zoilends goederen. Hier komen vaak enorme bedragen in het spel en worden Indirect zee: groote bedrijfsmiddelen ter beschikking de; industrie gesteld, waar deze hare grond stoffen eerst bij aankomst heeft te betalen De export van het afgewerkte product go schiedt dan evenzeer zonder dat de industri haar werkkapitaal vastgelegd ziet o£ con tante credieten opnemen moet. De banke: koopen de wissels met aangehechte docu

ienten op de overzeesche afnemers en ver- Q] maffen zóó den industrieel de tegenwaarde sn zijn product, onmiddellijk bij afscheep aarvan.

Dit zijn wel algemeen bekende feiten, die aarom alleen de moeite van opsomming 'aard zijn, omdat daaruit, hoe oppervlakkig et overzicht ook zijn moge, de slotsom be- j rijpelijk wordt, dat een groote nationale idustrie ook krachtige en wijdvertakte naionale banken vraagt.

De onontbeerlijke emissiekracht van het isnkwezen alleen reeds! Een gemakkelijk j itgesproken woord; maar geen buiten- zij, taander weet welk een fijn georganiseerd kei .pparaat noodig is, om een bank werkelijk st0 in blijvend emissiekracht op dit zoo bijzoniere terrein te verleenen. Ook omdat zij ] liet kan volstaan met industrieele fondsen jje, >ij de uitgifte te plaatsen, maar wel degelijk no >ereid en in staat moot zijn de industrie, va, .velker waarden zij emitteerde, te allen tijde hu jij te staan en ook bij tijdelijke moeilijkhe- ni( len met dikwerf zeer groote credieten te 00ïelpen. Credieten, die dan menigmaal nader lla weer hunne fundeering in nieuwe uitgiften irinden. on Zulk crediet neemt, bij het groeien der re, industrieele verhoudingen, vaak zoodanigen zi( omvang aan, dat de banken zelf tot uitbrei- tol ding harer kapitalen gedwongen worden. En al| waar het kapitaal, en zeker het bankkapi- ^ taal, nimmer rust en ook niet éénzijdig wil werken, dwingt do eigen kapitaaluitbreiding tri op haar beurt de banken, nieuwe terreinen de op te zoekjj|. waarop de nieuwe bedrijfs- da middelen jR.uetief te maken zijn. aa Het typj^p waarop het bankkapitaal aan kl de nat'^^^Lelvaart en het nationale aan- w; zien sjHP^^le diensten kan bewijzen, is k;£ dan twijfel het reeds aangegeven y.

terre^van het internationaal crediet. g( Inzonderheid door de vestiging van eigen at filialen of van filiaalbanken in het buiten- w land, wordt dit internationaal crediet — dat op zichzelf beschouwd ook ten behoeve van Sf eigen handel, landbouw en industrie wel Bs met behulp van vreemde banken kan wor- ti den afgewikkeld — in banen geleid, waar- $ langs het nationaal belang bijzonderlijk g gediend wordt. d „Trade follows the flag" hoort men als n axioma verkondigen. Geen land als Neder- e land is zooveel aan zijn kundige en ener- ri gieke scheepvaart verplicht, maar ook te k onzent begint men te begrijpen, dat ge- e noemde zegswijze slechts ten deele het v moderne verkeersprobleem dekt. „De handel d volgt de banken", moge ook hier a!a tweede e kernspreuk burgerrecht verkrijgen! n En waar de industrie in een nationalen s exporthandel, hetzij voor eigen rekening, o hetzij door bemiddeling van speciale han- c dplsvennootschappen, haar krachtigsten d steun bij do vergrooting van haar afzetge- a bied vindt, heeft ook zij bij de ontwikkeling „ van ons bankwezen 'in deze richting belang, z Zonder twijfel zal ten slotto kwaliteit en \ prijs van haar product en de gelukkige op- i lossing van alle moeilijke vraagstukken, die daaraan vooraf moet gaan, de doorslagge- z vende factor blijven bij het winnen en be- i houden van nieuwe afzetgebieden, maar de \ persoonlijke en daadwerkelijke steun, waar- 1 op zij bij de in den vreemde gevestigde eigen j banken rekenen kan, zal haar zeker hare taak op dit gehjpd vergemakkelijken.

Dat onzo industrie harerzijds alle waar- 1 borgen biedt om ook hier een welslagen te 1 verzekeren, daarvan moge de thans te ope- < nen jaarbeurs getuigenis afleggen, . i

UTRECHT OF AMSTERDAM?

DE MEENING VAN DEN HEER

S. P. VAN EEGHEN.

De voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam, de heer S. F. van Eeghen, zegt over do Eerste Nederlandsche Jaarbeurs te Utrecht het volgende:

Het is natuurlijk zeer moeilijk in deze tijden, naar aanleiding van de Eerste Nederlandsche Jaarbeurs to Utrecht iets te voorspellen over de toekomst van jaarbeurzen hier te lande. De omstandigheden zijn daarvoor niet gunstig, aangezien de oorlog het internationaal verkeer belemmert. Toch geloof ik, dat deze Jaarbeurs, be1 schouwd als proef, bevorderlijk zal kunnen zijn aan de uitbreiding van de Nederland1 sche nijverheid. * ' Het zal dan wellicht blijken, of later op \ eene plaats, waar men in staat is de koop[ lieden van alle landen te ontvangen, waartoe alsdan Amsterdam zoude zijn aangewezen, eene internationale jaarbeurs met succes ware te houden.

: > ——- * x

sJZE BUITENLANDSCHE HANDEL.

HARE ONTWIKKELING. »oor O. KAMERLINGH ONNES.

Directeur van het Bureau voor Handelsinlichtingen.

)e wil van Nederland om neutraal te i, dat is vertrouwen. Als neutraal land it het geen „eerste kans" en geen „laat-

kans", het wenscht zich zelf te zijn. In

conflict en na elk conflict. )it vertrouwen, dit zich zelf willen zijn, •ft voor Nederland bovendien een zeer jele klank. Ik doel op de overtuiging, itgelegd in de spreuk van ons vorstenis. Do tijdsomstandigheden maken ons t overmoedig, maar zij ontmoedigen ons s niet. Omdat wij vertrouwen, zullen wij ndhaven.

Uleen wie zichzelf vertrouwt, neemt der alle omstandigheden de juiste maatdelen. Omdat hij in vertrouwen vooruitt, bouwt hij op. Geldt dit met betrekking ; 's lands aanzien en welvaart, in het jemeen, in het bijzonder geldt het met trekking tot den uitvoerhandel. Export ia niet bestaanbaar zonder ver>uwen. Hoe grooter de afstand, hoe meer

afnemer overtuigd moet kunnen zijn, t de gevraagde goederen beantwoorden n de gestelde eischen. Ons bestek is te ein om hier in détails te treden. Trouwens .e zich voor bijzonderheden interesseert, ,n daaromtrent worden ingelicht door de sreeniging Bureau voor Handelsinliehtinin. Toch mag hier een enkel voorbeeld aan. Tijdens mijn bezoek aan Zuid-Afrika ilde een Afrikaner den gast huldigen met sderlandsche artikelen: koek, kaas, beihuit, conserven. Wij hadden van Kaapstad tar het binnenland meer dan vier uur per eiu en nog eens uren per rijtuig het be>elde proviand vervoerd. Toen zoude er slunchl worden op zijn „Holiandsch". Maar ï kaas was bedorven, do koek beschimeld, van de blikken conserven hadden de ;iketten losgelaten en men stond voor het ladsel wat erwtensoep was, wat bloeraool of peulen of visch. Ik haalde de camera a zond de foto tor waarschuwing naar het aderland. Het is 12 jaren geleden. De Neerlandsche exportnijverheid heeft rijkere rvaringen on werkt met grootere vakkenis. .Maar voor nieuwelingen geldt de waar2huwing nog en to verwonderen behoeft ns allerminst de klacht, dat het introduceren van nieuwe artikelen zoo moeilijk is, at men in verre gewesten „labels" eet, dat lies reclame is. Het publiek zoude geene labels" eten, de exporthandel zoude niet oo conservatief zijn, indien niet als regel oor nieuwe merken een zoo groot leergeld ras betaald.

Zoodra het vaststaat, dat gezonde exportaken, zaken zijn van langen adem, dat zij aoeten worden opgebouwd, treedt vele actie au lagere orde op den achtergrond. Wij ezen in den laatsten tijd tc veel over der•elijka actie.

Het succes zit allereerst in het artikel.

Het staat er, één enkel woord, „het artikel", maar hoeveel omvattend zouden d« «schouwingen moeten zijn, dio recht willen doen wedervaren aan alles wat noodis s om een artikel te maken tot wat het moei ',ijn: een succes op de wereldmarkt. (Ii nemoreer slechts de hoofdeischen: do ar :>eid van don eersten rang, zoowel van lei Ier als van werkkrachten, hunne toewijding lo toepassing van wetenschap en vakkennis naar ook het fatsoen, de zorg ook voor d< aygiëne van den verbruiker. En dan dien bet te worden gezegd, dat in ou3 land d< 3taat in zijn toezicht waakzamer kon ziji wat betreft het Nederlandsch product, zoo wel in zake samenstelling als de aanwilzinj iaaromtrent, ia welk opzicht elders de wet gever een hooger standpunt inneemt dai da onze. Ook wat het voeren van firmana men betreft.)

Eerst dan volgen het zaakkundig aanbod de verpakking, de vracht, enz.

Het artikel, dat geëxporteerd wordt, moe geschikt, zijn voor de markt, waar het word aangeboden. Deze eisch brengt de groot waarde van bekendheid met het land va bestemming op den voorgrond, d. i. de kau sen van omzet, de taal van het. land, (oo de kennis van zeden en gewoonten, opda afbeeldingen en aan wijzigingen, voorkc mende op het artikel, nrot strijden mc plaatselijke opvattingen), de reclame, en Er wordt ontegenzeglijk in dit opzicht d laatste jaren met veel meer kennis van u ken in Nederland gewerkt. Ook officieel.

Maar een nog altijd te weinig getelc eisch, officieel ook to weinig gesteld eilaa is do sympathie van den vreemdeling voc Nederland.

Ik bepaal mij tot het grootste afzetgebie dat der overzeesche gewesten.

Hoe luttel is hier te lande de waarde e

kend, om door tegemoetkoming dit groo

ifzetgebied tot Nederland aan te trekken. Hoe opvallend is zelfs tegenover ons eigea koloniaal gebied .dezelfde fout begaan.

Bij do aanbeveling van een Overzee Insituut heb ik gepleit, dat hier te lande belangstelling en wel allereerst officieel, zoude worden getoond in de overzeesche gewesten,, dat met toekenning van eene eereplaats aan do Nederlandsche koloniën, van alle Overzeesche Gewesten, de producten (mot do handelsinlichtingen voor al de gewesten en al de producten) in de hoofdstad des lands, midden in het verkeer, aan iederen Nederlander zouden worden vertoond.

Hier te lande zoude men met betrekkelijk geringe middelen (minder dan een vijfde der kosten van eene universiteit) een instituut kunnen handhaven, waartoe ieder vreemdeling uit verre gewesten zich aangetrokken zoude gevoelen, omdat hij er een deel van zijn land, d. i. een deel van zich zelf, in zoude terugvindon. Er zoude, dank zij hunne hulp, een stroom van berichten uitgaan naar de verre gewesten en het ia niet anders dan natuurlijk, dat daarop als terugslag zoude volgen eene steeds grootere belangstelling voor Nederland in dezelfde overzeesche gewesten.

Voor het neutrale Nederland, staat de geheele wereld open. Welnu, dat men in Nederland dan ook dit standpunt handhaaft, dat men Nederland beschouwt als een aangewezen centrum voor den wereldhandel.

Onze beste voorgangers, kooplieden var» den eersten rang, als de Amsterdamscho burgemeester Nicolaas Witsen, hebben da kennis van verre landen aangemoedigd. Diens studio van Tartarije was do aanleiding tot Peter de Grooto's bezoek aan Nederland, en hoeveel meer.

Wat voorbeeldig eersterangs werk doet. hebben de Nederlandsche universiteiten tot eer des lands bewezen. En men behoeft niet eene Nobélprijsuitdeeling te hebben- medegemaakt, om te beseffen wat het zegt ons land in den vreemde tot voorbeeld te zien gesteld, gelijkwaardig met de allereerste der groote natiën. Trouwens, wij mogen ook op andere voorbeeldige Staatszorg als die ten opzichte ohzer universiteiten, wijzen. Ik noem slechts het landbouwonderwijs in Nederlandsch Oost-l9|iië, dat de bestuurders der Philippijnen aanleiding gaf om het Nederlandsch als taal van onderwijs op tj» nemen, opdat de bevolking de uitstekende geschriften betreffende den landbouw in Noderlandseh-Indië, beter zoude kunnen benutten.

In het algemeen ontgaan dergelijke voorbeelden ons volk, onze Staatszorg is nog niet voldoende doordrongen vah de beteekenis der ontwikkeling van het groote publiek, in dien zin, dat het meeleeft ook met iedero eervolle inspanning. Zelfs, onder de ernstige tijdsomstandigheden, waarin wij verkeeren, wil het te dikwijls schijnen alsof de regeering zelve de natie niet als mondig beschouwt.

Is het dan zoo moeilijk in te zien, dat ook de economische weerkracht, in. een land al» het onze, eischt, dat er moet kunnen worden gerekend op iederen man.

Is het niet in het oogspringend onlogisch onze economische rol breed uit te meten en haar da ruggegraat, den nationalen ondergrond, te ontzeggen. Is het niet dwaasheid om te veronderstellen, dat de groote massa, het Nederlandsche volk, zich zal kunnen aanpassen bij tal van wisselingen op de wereldmarkt wanneer het nog immer onkundig blijf* van het internationale bedrijfsleven, behalve van hetgeen politiek» raddraaiers daaromtrent ten beste geven. Is het dan.zoo kostbaar in do groote handelscentra en ook de fabriekssteden de passende , voorlichting ten opzichte van het buitenland ■ to geven in openbare leeszalen, de vreemd» , talen to populariseeren, den gezichtskring [ te verbroeden.

Wij leven in het algemeen onder allerlei ; Ée kleine voorstellingen. Met groot gelujit • Wordt sedert het uitbreken van den oorlog: i verkondigd, dat d'it en dat op het gebied

- van nijverheid, en handel is ontwaakt, dat wij aan oen Jansalicgeest staan te ontko-

, men, dat in den aanstaanden economischen strijd nijverheid cn handel officieel te hu!» t moeten worden gekomen, dat er naar buit tenlandsch voorbeeld alleen in organisatie 5 (lees combinatie) heil fa te vinden, ï Hei, is ailes eenvoudig onwaar. Handel

- en nijverheid hebben geene voogdij noodig. s. Trouwens wat. is alle afhankelijk zijn an» t ders dan de dood aa» ieder initiatief.

Een hoogstaand Nederlander! over het t drukke gedoe oordoelende, zeide: „Hebt gij s. nooit een troep militairen met muziek zien é uitrukken on glimlachtet gij niet bij het ,- optreden der dansende en springende jeugd;

zaagt gij niet ook enkele oudere figuren e meeloopen, de borst hoog vooruit, droomen8 de zoowaar van een ridderteeken, da't het ir voorgaan in fierheid op hunne borst zoude*

doen nederdalen. Is het u zoo onbekend, I, dat wie in ona land hard schreeuwen, dit

vooral doen om eene kans te krijgen mee tm r- profitceren van het werk van anderen?" ;e Het is waar. En voor allen die werken 1$

Sluiten