is toegevoegd aan uw favorieten.

Jaarbeurs-nummer van De Telegraaf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aardewerkfabrieken „De Sphinx" voorheen Petrus Regout & Co."

In 1896 werd do eenige jaren te voren te Limmel bij Maastricht opgerichte fabriek door Petrus Regout & Co. overgenomen.

In de glasafdeeïing der fabrieken „Do Spkinx1' worden, naast de gewone artikelen voor huishoudelijk gebruik, kostbare, rijk geslepen voorwerpen, zooals kristallen vazen, karaffen, serviezen e. a„ in de meest verschillende vormen, naar ontwerpen van bekwame teekenaars, door ervaren vaklieden vervaardigd. Lampenglazen, eleetrische ballons en glazen dakpannen behooren eveneens tot de fabricatie.

De aardcwerk-afdeeling levert, behalve de gèwone wltta kommetjes en borden, prachtig gedecoreerde eetserviezen, toiletstellen, bloempotstandaards en cache-pot3, schotels, enz. Effen witte, gedrukte en relief-muurtegels en sanitaire artikelen, waarmede men in den laatsten tijd begonnen is, vormen een voornaam onderdeel der fabricage.

Om zich een denkbeeld te vormen van de uitgebreidheid der fabrieken „De Sphinx",

Bij het voldoende, te vermelden, dat er op 't oogenblik aan ongeveer SüOO arbeiders werk verschaft wordt, waarvan het personeel der afdeeling aardewerk het tweederde deel bedraagt.

Van den voorraad afgewerkte goederen, die steeds op het magazijn moet zijn, om aan de eersta aanvraag der afnemers te kunnen voldoen, kan men zich een denkbeeld vormen, wanneer men slechts nagaat, hoeveel .verschillende modellen en décors tegenwoordig in den handel zijn. "Welke verscheidenheid treft men reeds aan, wanneer men zich alleen beperkt tot het binnenland, zonder rekening te houden met do export-artikelen, (die voor ieder land verschillend zijn.

Jaarlijks worden ongeveer anderhalf miliioen kilo's gips verwerkt tot het maken van Verschillende vormen, waarin het aardewerk geperst of gegoten wordt.

Een eigen gasfabriek levert aan de glasafdeeïing het voor hare fabricatie benoodigde gas.

Do stoommachines zijn grootendeels vervangen door eene eleetrische centrale, die voor krachtoverbrenging en verlichting eorgt.

Met de uitbreiding der fabriek hield de kwaliteit van hare producten gelijken tred. De artikelen der glasafdeeïing kunnen met die der beste buitenlandsche fabrieken vergeleken worden, terwijl het aardewerk, volgens Engelsche methode vervaardigd, in kwaliteit en afwerking rivaieert met «lat der beroemde Staffordshire-potteries.

Do steeds in bloei toenemende industrie tracht weldra eenige Belgiscke kapitalisten, die bemerkten, dat Regxrat's aardewerk zich in hun land een flink afzetgebied begon te veroveren,-op het denkbeeld eene to WijkMaastricht intusschen opgerichte aardewerkfabriek Van weinig beteekenis over te nemen en uit te breiden. Zoo ontstond de Maatschappij tot vervaardiging van fijn aardewerk (Société Céramique),. Ook deze inrichting, waar dezelfde artikelen vervaardigd worden als bij „De Sphinx'-aaidewerkafdeeling, heeft ziek eedert hare oprichting, in 1863, steeds meer cn meer ontwikkeld en telt nu ongeveer 2000 arbeider».

Naast dezo twee voorname fabrieken werd fn 1883 to Meerssen bij Maastricht de porseleinfabriek „Mosa" opgericht, die tevens mauriegels fabriceert. Diezelfde firma voej» de in 1904 do glasfabriek „Stella" aan hare inrichting toe. Ongeveer duizend arbeiders

trekken er dagelijks heen.

Een ander onderdeel der aardewerkmdnstrie is de vloertegslfabricage. Ook deze vindt men to Maastricht. Sedert 1887 werkt do firma Alfred Regout & Co. met bijna 150 jo.-beiders en levert een product, dat met het beste buitenlandscho fabrikaat Kan wedijveren.

De hoogvuurvuste producten van de sedert eenige jaren te Oud-Vroenhoven bij Maastricht gevestigde fabriek „De Phoenix", evenals do ln de omgeving der stad vervaardigde ringovenbrikken, vinden veel aftrek.

Het behoeft geen betoog, dat al hetgeen in dit centrum vervaardigd wordt, niet alleen bestemd is voor verbruik in Nederland. Het grootste gedeelte der productie wordt geplaatst in het buitenland. Zoowel in onze koloniün als in Engelsch-Indië, in Noord- en Züiö- Amerika, Afrika, Australië, zelfs in (staten, waar van beschaving nauwelijks sprake ls, treft men Maastriehtsch glas- en aardewerk aan.

Met trots iHjst Nederland op de vroeger door Delftsche pottenbakkers vervaardigde kunstvoorwerpen, die men in musea en in verzamelingen van kunstminnaars aantreft; met trots mag Nederland ook wijzen op Maastrichts kristal-, glas- en aardewerk, dat men zoowel in de vorstelijke paleizen als Ie do eenvoudige arbeiderswoningen vindt. Evenals Delft heeft Maastricht zich een naam verworven, die met eer* genoemd mag <worden. Ecre dus ook aan Petrus Regout, den stichter der eerste Maairtricktsche glasco aardewerkfabriek.

DE TWENTSCHE KATOENNIJVERHEID.

ONTPLOOIING VAN INDIVIDUEEL E KRACHTEN

doop. A. STERNHEIM.

Lid der Vereeniging van Accountants.

Ieder, die vaak in geselschap verkeert cf veel reist, moet da opmerking van Jhr. Mr. H. Smissaert als zeer ter snedo beschouwen, wanneer hij, eene scheiding makende tusschen do uitwendige en inwendige factoren, die de geschiedenis der Twentsche katoenindustrie vormen, onder de inwendige rangschikt de psyche van den Twentschen industrieel en het diep-ingeworteld plaatselijk patriotisme der Twentenaren.

Inderdaad, dit laatste is steeds treffend, wanneer gij bijvoorbeeld de kennismaking van twee Twentsche landslieden medemaakt. Het is eerst een verwondering, dat men elkaar „in den vreemde" aantreft, dan een wederzijdsek betoon van hartelijkheid ea een paar oogenblikken later verliest men zich volkomen in het verleden door het noemen van plaatssn en gebeurtenissen en van namen en families. Het is een eenvoudige, Innerlijk saamgebonden groep, die voor ons land veel tot stand heeft gebracht en een belangrijke plaats voor hare industrie op de wereldmarkt hoeft weten te veroveren. Hare geschiedenis vangt aan ongeveer in do dertiger jaren, wanneer Noord- en Zuid-Nederland gescheiden raken. V6or dien had de Twentsche katoen-industrie iets meer dan de beteekenis van huisvlijt, dat is productie voor eigen gebruik, en bovendien was er eenige huisindustrie, die slechts locaal belang had.

Van regeeringswege heeft het in die vödrperiode niet aan pogingen ontbroken om de Twentsche industrie tot ontwikkeling te brengen. In 1821 werd opgericht het „Fonds tot aanmoediging der nationale nijverheid", dat tot doel had om fabrikanten voorschotten te verstrekken, en de regeering biijkt in velo gevallen zeer loyaal opgetreden te zijn en schold vaak aan hen, dio in moeilijkheden waren, de geleende bedragen kwijt. Maar nochtans ontbraken de voorwaarden voor een modern-kapitalistische industrie. Gebrekkige verkeerswegen en het ontbreken van eeu geschoold fabrieks-proleiariaat, als

onmisbare voorwaarden voor den bloei van moderne ondernemingen, hield de krachten in dat tijdperk gebonden.

Na de afscheiding van België kwam er kenteriag. De oorzaak hiervan was de volgende. In 1824 was bij Koninklijk besluit en op initiatief van Koning Willem I tot de oprichting der Nederlandsche Hanfiel-Maatschapptj besloten, die oorspronkelijk ten doel had handel, scheepvaart en nijverheid to bevorderen. De Maatschappij legde zich dan ook het eerst op eigen handel toe, en wel spoedig uitsluitend op Indië, nadat hare activiteit in Noord- en Zuid-Amerika geen gunstige resultaten had opgeleverd. De invoer van katoenen producten in onze koloniën werd hare voornaamste werkzaamheid en daar de ZuSd-Nederlandsche katoen-industrie reeds ver gevorderd was, deed de N. H. M. in het toen nog met ons verbonden België groote bestellingen. De Engelschen,

die tijdens de overheersehiag van Napoleon onze koloniën hadden beheerd, wisten ook na teruggave vasten voet op de Indische markt te behouden en de concurrentie tusschen Engelsche en Vlaamsehe producten liep aanvankelijk in het nadeel der laatsten uit, trots een sterk differentieel tarief. Het in 1824 met Engeland gesloten traciaat bepaalde, dat Engelsche waren hoogstens tot het dubbel© beiast mochten %vorden tegenover de onse. De Engelschen konden echter

profiteeren van goedkoope aitvrachten voor koloniale producten, waarmede gij in Europa sterk concurreerden. De Nederlandsche Handel-Maatsckappij daarentegen, moest hooge vr-acht«n betalen in verband met den toestand onzer sckeepsbouwnijverheid.

Na do onafhankelijkheidsverklaring van België werden de Vlaamsehe waren uit Indië geweerd door een invoerrecht van 50—70 %, Boodat hier de deur voor do Zuidelijke fabrikanten gesloten was, welke toeBtand bestendigd bleef vaa Juni 1834 tot October 1839. Enkele Belgische fabrikanten verplaatsten hunne inrichtingen naar ons land, daarbij gesteund door de N. H. M., voor wie katoenen goederen het belangrijkste artikel voor haar uitvrachten gebleven was. Op kaar beurt werd de N. H. M. gesteund door de regeering met een zoogenaamd „lijnwaadcontract". Jaarlijks moest de Maatschappij voor ƒ 3 miilioen katoenen stoffen in Nederland koopen ter uitzending naar Indië, terwijl het Rijk op zich nam om verliezen tot een maximum bedrag van 12 % te restitneeren. Het aankoopbedrag werd later aanzienlijk verhoogd en de verliesgaranüe op 0 % teruggebracht.

"Wij isien hier dus een dubbel systeem van protectie: dlfferentieele rechten en directe»

Voor solide kurken tegen concu rreerende prijzen wende men zich tot de

AFDEELING

KURKE

AELBRECHTSKADE 146 ROTTERDAM.

VA N

JAARBEURS—UTRECHT

TUINHUIS VAN GEMETALLISEERD BETON N. V. NEDERLANDSCHE BETONIJZERBOUW Directeur Dr. ING. L. A. SANDERS (Architect JAN 6 HA TA HA, Amsterdam)

ETA LUS ATI