Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hunne hoofdbezigheid bestaat in liet aanmonsteren van scheepsvok overeenkomstig het Koninklijk besluit van 5 October 1867 , hetgeen ongetwijfeld geen verrichting van politie is. '

De bijzondere ambtenaren en beambten van rijkspolitie eindelijk kunnen door den Koning ben09md worden, krachtens het slot van de Overgangsbepaling van het besluit luidende : Wij behouden

?/;ƒ,, ' ' 'i'.'i', Zn° mc''a °I' z0°da>i'Qe punten waar onze

hemt zulks mocht behoeven, van rijkswege bijzondere politieambtenaren aan te stelten.

De bedoeling is volgens de instructie aan directeuren op art. 6 en de Overgangsbepaling, dat dit zouden zijn ambtenaren en beambten <lie onder de bevelen zouden staan van directeuren. 1)

p giond van die bepaling zijn hier en daar commissarissen van rijkspolitie benoemd, zoowel — doch dit is zeldzaam — als zelfstandig ambt , als by wijze van nevenbetrekking nevens het ambt van commissaris van gemeentepolitie.

In de laatste jaren is minder gebruik 'van de bepaling gemaakt dan vroeger. 8

De rijksveldwacht is posterieur aan het besluit van December 1851; zooals reeds is opgemerkt berust hare instellino- op den maatregel van inwendig bestuur van 11 November 1356 (Staatsqi\' laatstellJk gewijzigd bij die van 15 Mei 1893 (Staatsblad . 81). Zij is over het geheele Koninkrijk verspreid en vormt ■ meest belangrijke rijkspolitiemacht.

Aan het hoofd der rijksveldwacht staat in elk ressort de iocureur-generaal, fungeerend directeur van politie, die vol'lis art. 70 der instructie het opperbevel voert.

De officieren van justitie, die van de oprichting der rijkseldwacht af m de hiërarchie van de rijksveldwacht waren opdomen en ongetwijfeld op liet succes dezer instellino- een verwegenden invloed ten goede gehad hebben , hebben sedert regeling van 15 Mei 1893 {Staatsblad n°. 84) nog slechts geza* ver het korps ten aanzien der gerechtelijke politie en voor :iiimige bijzondere omstandigheden en verrichtingen.

Het verder personeel bestaat uit:

de inspecteurs, commandanten van de districten;

de brigadiers-majoor en de brigadiers, commandanten van ile brigades;

en de rijksveldwachters en rijksveldwachters-jachtopzieners.

J) A. P. 1852, bladz 31 en 32.

Sluiten