Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Moet de burgemeester beschouwd worden als ambtenaar van rijkspolitie in het algemeen, d. i. voor de geheele taak der algemeene politie ?

en zoo ja, overal ?

of alleen daar waar geen commissaris van politie is gevestigd?

b. Althans in die gevallen , waarin hem bij wettelijk voorschrift bevoegdheden van algemeene politie zijn verleend ?

, De Commissie is eenstemmig van oordeel dat de vraag a ontkennend behoort te worden beantwoord.

De Gemeentewet zelve geeft den burgemeester — daargelaten wellicht bij enkele der bijzondere bepalingen van art. 184 volgende absoluut geen rijkspolitie-gezag of bevoegdheid; zij neemt hem ook niet — zooals met den commissaris het geval is — op , onder het dienstbaar gestelde personeel.

Ook het besluit van 1851 noemt den burgemeester niet onder de ambtenaren met rijkspolitiedienst belast.

En Thorbecke noemde bij de behandeling van de Gemeentewet den burgemeester — als zijnde een individu, en niet, zooals burgemeester en wethouders, een college—, wel bruikbaar voor de rijkspolitie ; maar zeide niet dat hij in de Gemeentewet ook voor rijkspolitie was aangewezen.

Dat het tegendeel zijne bedoeling was, blijkt ten duidelijkste uit de circulaire van den Minister van Justitie van Rosenthal aan directeuren en fungeerende directeuren van 28 Februari 1852 (n13. 1126) 1) welke circulaire in overleg met den Minister Thorbecke is opgemaakt.

„De Minister van Binnenlandsche Zaken — zoo leest men in die circulaire — beperkt liet gebieden door directeuren van politie aan burgemeesters t >t onderwerpen van rijkspolitie, bij de wel geregeld (wettelijke regeling).

,In deze beperking kan ik berusten, immers, voor zooveel de te geven bevelen zouden uitgaan van den directeur van politie. In het algemeen moet wel worden voor oogen gehouden, dat de burgemeester uit de Gemeentewet geene andere bevoegdheid kan ontleenen ook ten aanzien der politie, dan eene van zuiver gemeentelijken , huishoudelijken aard. In al wat daar buiten ligt kan de burgemeester zich niet op die wet beroepen, noch om zich van het opvolgen van bevelen te verschoonen, noch om een eigenheerig gezag te doen gelden

De vraag sub b meent de Commissie echter bevestigend te moeten beantwoorden.

Waar de burgemeester bij bijzondere wet met de uitvoering

1) Algemeen Politieblad 1852 bladz. 149.

Sluiten